Strafrecht overig
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit geldtransactiedienst ‘swipen’, waarbij in Curaçao Colombiaanse…
ECLI:NL:HR:2023:1417 · Hoge Raad · 17 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1417
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2023
- Datum publicatie
- 9 oktober 2023
- Zaaknummer
- 21/05012
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1417
Samenvatting
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit geldtransactiedienst ‘swipen’, waarbij in Curaçao Colombiaanse bolivars worden omgewisseld in US dollars. Kon hof oordelen dat geschat w.v.v. is verkregen d.m.v. of uit baten van bewezenverklaarde feiten (valsheid in geschrift en overtreding art. 2.1 Landsverordening toezicht geldtransactiekantoren), nu periode waarin die delicten volgens bewezenverklaring plaatsvonden kortere periode bestrijkt dan periode waarin dat voordeel volgens hof is verkregen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Het als w.v.v. geschatte bedrag is verkregen in de jaren 2011 t/m 2015. Bewezenverklaringen bestrijken aanzienlijk kortere periode. Dit betekent dat d.m.v. of uit baten van bewezenverklaarde feiten niet zonder meer het gehele wederrechtelijk voordeel ter hoogte van USD 4.985.778,14 is verkregen.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 21/04982 PC.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2023
ECLI:NL:PHR:2023:746Hoge Raad · 17 oktober 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1417
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05012 PC
Datum 17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 november 2021, nummer H 209/2019, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het wederrechtelijk voordeel door de betrokkene is verkregen door middel van of uit de baten van de in de strafzaak onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten, terwijl de periode waarin die delicten volgens de bewezenverklaring plaatsvonden een kortere periode bestrijkt dan de periode waarin dat voordeel volgens het hof is verkregen.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 8 tot en met 12.
3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de overige cassatiemiddelen niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.