Strafrecht overig

Diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr). 1. Uitdrukkelijk…

Zaakgegevens

Op 27 juni 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 juni 2023
Datum publicatie
5 juni 2023
Zaaknummer
21/03574
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:859
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat een derde verantwoordelijk was voor de diefstal d.m.v. verbreking. 2. Bewijsklacht. 3. Onvolkomenheid bij beëdiging van AG bij hof ’s-Hertogenbosch die bij behandeling van zaak in hoger beroep betrokken is geweest, art. 5.2 en 6.2 Wet RO.

Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO.

Ad 3. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking.

Samenhang met 21/03571 en 21/03573 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 augustus 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2694
  2. Conclusie A-G · 16 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:636
  3. Hoge Raad · 27 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:859

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03574

Datum 27 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 augustus 2021, nummer 20-002571-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en T. Straten, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadslieden hebben - na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv bedoelde termijn - bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van de advocaatgeneraal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken is geweest, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.