Strafrecht overig

Medeplegen voorhanden hebben omgebouwd alarmpistool met munitie en pistoolmitrailleur in door medeverdachte…

Zaakgegevens

Op 27 juni 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 juni 2023
Datum publicatie
23 juni 2023
Zaaknummer
21/03452
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:977
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen voorhanden hebben omgebouwd alarmpistool met munitie en pistoolmitrailleur in door medeverdachte bestuurde auto onder bijrijdersstoel waarop verdachte zit, art. 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting. Bewijsklacht voorhanden hebben. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich bewust was van aanwezigheid van wapens en munitie, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Hof kon dit afleiden uit omstandigheid dat wapens en munitie zijn aangetroffen onder passagiersstoel waarop verdachte zat en omstandigheid dat er DNA van verdachte is aangetroffen op beide wapens. Dat op wapens telkens ook DNA van medeverdachte is aangetroffen doet hieraan niet af, temeer niet nu hof heeft bewezenverklaard dat verdachte de wapens voorhanden heeft gehad tezamen en in vereniging met deze personen. Bewezenverklaring m.b.t. voorhanden hebben is dan ook voldoende met redenen omkleed.

Volgt verwerping. Samenhang met 21/03255 en 21/03354.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 juli 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:4358
  2. Conclusie A-G · 16 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:506
  3. Hoge Raad · 27 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:977

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03452

Datum 27 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juli 2021, nummer 20-002553-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.L. L’Homme, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van wapens en munitie.

3.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 27.

4 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

4.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

4.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 324 dagen.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 308 dagen beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.