Strafrecht overig

Caribische zaak. Moord door in 2018 in “truk'i pan” (foodtruck) in Curaçao gemaskerd met vuurwapen 3 kogels…

Hoge Raad, 16 januari 2024

Zaakgegevens

Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 januari 2024
Datum publicatie
10 januari 2024
Zaaknummer
22/03499
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:14
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Moord door in 2018 in “truk'i pan” (foodtruck) in Curaçao gemaskerd met vuurwapen 3 kogels af te vuren op ander (art. 2:262 SrC) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 3.1 Vuurwapenverordening). Bewijsklachten. Gebruik voor bewijs van “de auditu”-verklaring van personen wier identiteit niet blijkt, bewijsmateriaal waarvan relevantie niet duidelijk is, onbetrouwbare getuigenverklaringen en materiaal waarvan inhoud en betekenis niet zijn terug te vinden in vonnis.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1052
  2. Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:14

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03499 C

Datum 16 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 september 2022, nummer H 40/2021, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.