Strafrecht overig

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op de in beschikking genoemde inbeslaggenomen voorwerpen onder…

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
18 oktober 2024
Zaaknummer
23/03148
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1502
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op de in beschikking genoemde inbeslaggenomen voorwerpen onder klager t.z.v. verdenking van witwassen tegen klager en zijn partner. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beëindiging beslag in cassatiefase. Nadat AG haar conclusie had genomen, heeft OM bij brief van 8-10-2024 aan griffie HR laten weten dat opdracht is gegeven beslag te beëindigen. Dit brengt met zich dat OM geen belang meer heeft bij oordeel van HR over voorgesteld middel. Beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

OM n-o. Samenhang met 24/00591 B en 24/00595 B.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 2 juli 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:674
  2. Hoge Raad · 22 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1502

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03148 B

Datum 22 oktober 2024

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2023, nummer RK 21/6507, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank van 4 juli 2023 waarbij een klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van de in die beschikking genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, gegrond is verklaard.

2.2

Nadat de advocaat-generaal haar conclusie had genomen, heeft het openbaar ministerie bij brief van 8 oktober 2024 aan de griffie van de Hoge Raad laten weten dat opdracht is gegeven het beslag te beëindigen. Dit brengt met zich dat het openbaar ministerie geen belang meer heeft bij een oordeel van de Hoge Raad over het voorgestelde cassatiemiddel. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.