Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr). 1. Ontvankelijkheid…

Zaakgegevens

Op 19 november 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 november 2024
Datum publicatie
15 november 2024
Zaaknummer
23/04053
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1669
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat bij verdachte de verwachting is gewekt dat hof na rolzitting nog geen arrest zou wijzen? 2. Ontvankelijkheid hoger beroep, e-mailbericht met grieven aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op e-mailbericht met grieven, dat 6 dagen vóór rolzitting in h.b. is verzonden naar toenmalig e-mailadres hof en ter griffie hof is ontvangen?

Ad 1. HR: Termijn voor het instellen van cassatieberoep is overschreden. Om redenen vermeld in CAG is deze overschrijding echter verontschuldigbaar, zodat beroep ontvankelijk is. CAG: Er is sprake van bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor instellen van cassatieberoep verontschuldigbaar doen zijn. Uit dagvaarding in h.b. blijkt (a) dat zitting een rolzitting betrof die bedoeld was om verdachte in de gelegenheid te stellen zijn bezwaren op te geven tegen vonnis, waarna behandeling van zijn zaak direct zou worden aangehouden tot nadere datum waarop zijn strafzaak inhoudelijk behandeld zou worden, en (b) dat verdachte er rekening mee diende te houden dat (slechts) indien hij niet zou verschijnen op rolzitting en bovendien ook niet door hem voorafgaande aan of tijdens zitting bezwaren zouden zijn opgegeven tegen vonnis, hof hem o.g.v. art. 416.2 Sv n-o zou kunnen verklaren in h.b. Nu namens verdachte voorafgaande aan zitting tijdig zijn bezwaren tegen vonnis zijn opgegeven, mocht hij ervan uitgaan dat behandeling van zijn strafzaak zou worden aangehouden tot nadere datum en mocht hij erop vertrouwen dat zijn zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld en afgedaan.

Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is middel terecht is voorgesteld. CAG: Er is voldoende grond voor ernstig vermoeden dat e-mailbericht houdende grieven ter griffie hof is ontvangen. ‘s Hofs oordeel dat verdachte niet schriftuur met grieven tegen vonnis heeft ingediend is dan ook onjuist. Daarmee heeft hof de verdachte ten onrechte n-o verklaard in zijn h.b.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:999
  2. Hoge Raad · 19 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1669

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04053

Datum 19 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 september 2023, nummer 22-000085-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en van het cassatiemiddel

De termijn voor het instellen van cassatieberoep is overschreden. Deze overschrijding is echter verontschuldigbaar, zodat het beroep ontvankelijk is. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Daaruit volgt ook dat het cassatiemiddel, dat zich keert tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep, terecht is voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.