Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van voorwerpen t.b.v. bedrijfsmatige en grootschalige…
ECLI:NL:HR:2024:1705 · Hoge Raad · 26 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-1705
Zaakgegevens
Op 26 november 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 november 2024
- Datum publicatie
- 19 november 2024
- Zaaknummer
- 23/03748
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1705
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van voorwerpen t.b.v. bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt (art. 11a Opiumwet), valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.3 Sv. Had afschrift van dagvaarding in h.b. moeten worden verzonden naar adres in Filipijnen waar verdachte als niet-ingezetene stond ingeschreven in BRP? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In aanmerking genomen dat uitreiking van dagvaarding in h.b. heeft plaatsgevonden aan OM omdat woon-of verblijfplaats van verdachte niet bekend is, terwijl uit akte instellen h.b. en Informatiestaat SKDB-persoon kan worden afgeleid dat van verdachte op moment van betekening een adres op Filipijnen bekend was en niet blijkt dat dagvaarding o.g.v. art. 36e.3 Sv is verzonden naar dit adres van verdachte in buitenland, is dagvaarding in h.b. niet rechtsgeldig betekend.
HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 september 2024
ECLI:NL:PHR:2024:759Hoge Raad · 26 november 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1705
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03748
Datum 26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 september 2023, nummer 23-002493-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.V. Ramdihal, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de dagvaarding in hoger beroep niet aan de verdachte is uitgereikt door toezending daarvan aan zijn woonadres in de Filipijnen.
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 4.2 tot en met 4.4.
De Hoge Raad zal de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaren.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.