Strafrecht overig

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb door…

Zaakgegevens

Op 2 april 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 april 2024
Datum publicatie
28 maart 2024
Zaaknummer
23/01442
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:506
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb door te oordelen dat belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van beslag het summiere karakter van beklagprocedure miskend? HR: Gelet op de in CAG genoemde rechtspraak van HR en daarin besproken motiveringsgebrek in beschikking van Rb slaagt middel. CAG: Beklagrechter neemt beslissing tot opheffing van beslag o.b.v. incompleet dossier en lijkt van oordeel te zijn dat van verdenking van witwassen geen sprake meer is. Gelet op schriftelijk standpunt OM en hetgeen OvJ in raadkamer naar voren heeft gebracht, te weten dat (i) klager wordt verdacht van witwassen, (ii) in beslag genomen auto vermoedelijk voorwerp van witwassen betreft, (iii) strafrechtelijk onderzoek o.m. ter verificatie van verklaring van klager nog in volle gang is, en (iv) OM voornemens is in strafzaak tegen klager verbeurdverklaring van auto te vorderen, is op voorhand niet ondenkbaar dat in strafprocedure de verklaring van klager wordt weerlegd en strafrechter anders zal oordelen over vraag of sprake is van witwassen. Oordeel Rb dat belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van beslag is ontoereikend gemotiveerd.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 februari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:143
  2. Hoge Raad · 2 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:506

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01442 B

Datum 2 april 2024

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 1 maart 2023, nummer RK 22/022473, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank “dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag”.

2.2

Het procesverloop, de door de klager en het openbaar ministerie ingenomen standpunten en het oordeel van de rechtbank zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2-2.10.

2.3

Gelet op de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2-3.4 genoemde rechtspraak van de Hoge Raad en het daarin onder 3.6 en 3.7 besproken motiveringsgebrek in de beschikking van de rechtbank, slaagt het cassatiemiddel.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024.