Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 3 banners van (voortzettingsvorm van verboden) motorclub onder ander t.z.v…
ECLI:NL:HR:2024:740 · Hoge Raad · 28 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-740
Zaakgegevens
Op 28 mei 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2024
- Datum publicatie
- 21 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/00221
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:740
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 3 banners van (voortzettingsvorm van verboden) motorclub onder ander t.z.v. verdenking van voortzetting van werkzaamheden van verboden motorclub a.b.i. art. 140.2 Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. vernietiging, art. 134.2.c jo. 117 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR het cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Door griffie HR is bij OM geïnformeerd naar status van inbeslaggenomen voorwerpen. In reactie hierop heeft OM de griffie laten weten dat voorwerpen zijn vernietigd en dat daartoe machtiging a.b.i. art. 117 Sv is verleend. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep tegen beschikking Rb en dat hij om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep.
Klager n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:284Hoge Raad · 28 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:740
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00221 B
Datum 28 mei 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 17 januari 2023, nummer RK 22/026075, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.