Strafrecht overig
Lichamelijk letsel door schuld in verkeer door op tweebaansweg (met maximum snelheid van 100 km/u) over…
ECLI:NL:HR:2024:941 · Hoge Raad · 25 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-941
Zaakgegevens
Op 25 juni 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2024
- Datum publicatie
- 24 juni 2024
- Zaaknummer
- 22/01086
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:941
Samenvatting
Lichamelijk letsel door schuld in verkeer door op tweebaansweg (met maximum snelheid van 100 km/u) over dubbele doorgetrokken streep naar links uit te wijken, op rijstrook bestemd voor tegemoetkomend verkeer terecht te komen en vervolgens op tegemoetkomende auto te botsen, art. 6 WVW 1994. 1. Bewijsklachten t.a.v. innerlijke tegenstrijdigheid in bewijsoverwegingen en schuld a.b.i. art. 6 WVW 1994. 2. Verweer m.b.t. het door deskundige verrichte onderzoek en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. alternatief scenario, art. 359.2 Sv. 3. Ontbrekende pleitnota in hoger beroep?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 28 maart 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:3940Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 april 2024
ECLI:NL:PHR:2024:375Hoge Raad · 25 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:941
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01086
Datum 25 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2022, nummer 23-003873-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van zestig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.