Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot zware mishandeling, art. 302.2 Sr. Aanwezigheidsrecht…

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
28 juni 2024
Zaaknummer
23/00437
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:994
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot zware mishandeling, art. 302.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Dagvaardingstermijn, art. 413.1 Sv. Had hof (enkelvoudige kamer) onderzoek ttz. o.g.v. art. 413.1 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen? Dagvaarding van verdachte om te verschijnen op de tz. in hoger beroep van 14-11-2022 is op 4-11-2022 uitgereikt op wijze zoals is voorgeschreven in art. 36e.2.b Sv. Termijn van 10 dagen die in art. 413.1 Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen. Stukken houden niets in waaruit kan volgen dat verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte. Volgens p-v van tz. in h.b. is verdachte daar niet verschenen. Daarom had hof onderzoek ttz. o.g.v. art. 413 jo. 265.3 Sv moeten schorsen. Hof heeft onderzoek ttz. echter voortgezet nadat tegen niet-verschenen verdachte verstek was verleend.

Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 432.2 Sv).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:571
  2. Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:994

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00437

Datum 2 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 november 2022, nummer 21-001684-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat in Laren NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.

2.2

Aan de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 14 november 2022 is een akte van uitreiking gehecht. Volgens deze akte is die dagvaarding op 4 november 2022 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in artikel 36e lid 2, onder b, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De termijn van tien dagen die in artikel 413 lid 1, eerste volzin, Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen.

2.3

De stukken houden niets in waaruit kan volgen dat de verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting is de verdachte daar niet verschenen. Daarom had het hof het onderzoek op de terechtzitting op grond van artikel 413 in samenhang met artikel 265 lid 3 Sv moeten schorsen. Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting echter voortgezet nadat tegen de niet-verschenen verdachte verstek was verleend. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.