Strafrecht overig
Poging tot doodslag door in oudejaarsnacht 2020 in Beek na ruzie met beveiligers met vuurwapen meermalen te…
ECLI:NL:HR:2025:1226 · Hoge Raad · 2 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1226
Zaakgegevens
Op 2 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 september 2025
- Datum publicatie
- 1 september 2025
- Zaaknummer
- 24/01472
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1226
Samenvatting
Poging tot doodslag door in oudejaarsnacht 2020 in Beek na ruzie met beveiligers met vuurwapen meermalen te schieten in richting van bezoekers van discotheek, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet op dood van “alle toen aldaar in wachtrij aanwezige personen”.
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Aangezien bewezenverklaring verbeterd kan worden gelezen hoeft klacht, zelfs als deze gegrond zou zijn, niet tot cassatie te leiden. Bij verbeterde lezing moet het er immers voor worden gehouden dat hof heeft bewezenverklaard dat verdachte opzet heeft gehad op het doden van “toen aldaar in wachtrij aanwezige personen”. Daar richt klacht zich niet tegen. Ten overvloede zij opgemerkt dat uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen genoegzaam kan volgen dat bij verdachte voorwaardelijk opzet heeft bestaan op dood van “alle toen aldaar in wachtrij aanwezige personen”. Daaruit blijkt namelijk dat verdachte schoten heeft gelost in richting van de uit 20 à 30 personen bestaande wachtrij die ter hoogte van blauwe container stond en dat kogels zijn ingeslagen (onder andere in container) op hoogtes waar zich in menselijk lichaam vitale organen bevinden. Daarbij verdient nog opmerking dat stelling “dat rij tientallen meters zou kunnen beslaan” geen steun in bewijs vindt. Dat is nog afgezien van vraag of het in de weg zou staan aan het aannemen van opzet op dood van alle in rij wachtenden als dat wel het geval zou zijn geweest.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 april 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:1256Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:670Hoge Raad · 2 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1226
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01472
Datum 2 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 april 2024, nummer 20-001050-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat E.E.W.J. Maessen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat D.H. Andries bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het onder 2 bewezenverklaarde.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4 en 3.
3. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel van de verdachte en van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
5 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2025.