Strafrecht overig
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid van hoogbejaarde vrouwen, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste…
ECLI:NL:HR:2025:1304 · Hoge Raad · 16 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1304
Zaakgegevens
Op 16 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2025
- Datum publicatie
- 12 september 2025
- Zaaknummer
- 23/04483
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1304
Samenvatting
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid van hoogbejaarde vrouwen, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg t.a.v. 1 slachtoffer. Bewijsklachten. Schakelbewijs en bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefsters voldoende steun in ander bewijsmateriaal?
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Redengevendheid van schakelbewijsconstructie is niet onbegrijpelijk. Hof heeft geoordeeld dat verklaringen van 3 slachtoffers op essentiële onderdelen ondersteunende overeenkomsten vertonen. Hof heeft in dat kader overwogen dat slachtoffers allen hoogbejaarde vrouwen zijn die in hetzelfde wooncomplex woonden als verdachte. Verdachte heeft ook steeds op vergelijkbare manier contact gelegd met vrouwen, namelijk door het doen van boodschappen of het verrichten van klusjes. Vervolgens heeft verdachte zich in besloten setting van hun woning op vergelijkbare wijze aan hen opgedrongen door hen onverhoeds bij hun borsten te grijpen. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat er sprake is van zodanige overeenkomende modus operandi dat verschillende aangiftes onderling als steunbewijs redengevend zijn voor bewezenverklaring. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. ‘s Hofs daaropvolgende oordeel dat met gebruikmaking van deze schakelbewijsconstructie is voldaan aan bewijsminimum a.b.i. art. 342 Sv, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 14 november 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:2974Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juli 2025
ECLI:NL:PHR:2025:737Hoge Raad · 16 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1304
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04483
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 november 2023, nummer 22-000365-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel komt met verschillende deelklachten op tegen de bewezenverklaring.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.