Strafrecht overig

Mensenhandel met misbruik van kwetsbare positie van slachtoffer, art. 273f.1.1, 273f.1.4, 273f.6 en 273f.1.9…

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
9 oktober 2025
Zaaknummer
24/03803
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1546
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Mensenhandel met misbruik van kwetsbare positie van slachtoffer, art. 273f.1.1, 273f.1.4, 273f.6 en 273f.1.9 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht dwangmiddelen. Kon hof oordelen dat verdachte met zijn handelingen opzettelijk heeft veroorzaakt dat slachtoffer de prostitutiewerkzaamheden tegen haar wil heeft ondergaan? 2. Bewijsklacht uitbuiting. Had slachtoffer vrije keuze over inhoud, omvang en momenten van haar werkzaamheden?

HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. O.b.v. vaststellingen in zijn bewijsvoering heeft hof kennelijk geoordeeld dat gedachte van slachtoffer (dat zij verdachte kwijt zou raken) geen losstaande gedachte betreft maar resultaat is van door verdachte (bewust) uitgeoefende (psychische) druk op verstandelijk beperkte vrouw en dat derhalve sprake is van “dwangmiddelen” a.b.i. art. 273f Sr. Dat oordeel is gelet op feiten en omstandigheden in deze zaak niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat handelingen van verdachte tot uitbuiting strekten c.q. dat uitbuiting zich heeft voorgedaan, is niet onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd. Enkele omstandigheid dat slachtoffer in uitvoering mogelijk enige praktische keuzes kon maken, neemt uitbuitingssituatie in deze zaak niet weg.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 oktober 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:3506
  2. Conclusie A-G · 23 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1029
  3. Hoge Raad · 14 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1546

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03803

Datum 14 oktober 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2024, nummer 20-000519-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten M.M. Kuyp en J.L. Baar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.

2.2

De bewezenverklaring, de bewijsoverwegingen en de bewijsmiddelen zijn weergegeven in de uitspraak van het hof die is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHSHE:2024:3506.

2.3

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.