Strafrecht overig
Diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). Strafmotivering…
ECLI:NL:HR:2025:1782 · Hoge Raad · 25 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1782
Zaakgegevens
Op 25 november 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 november 2025
- Datum publicatie
- 25 november 2025
- Zaaknummer
- 24/03752
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1782
Samenvatting
Diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 weken), art. 359.6 Sv. Heeft hof (enkelvoudige kamer) in het bijzonder redenen opgegevn die hebben geleid tot opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Aantekening van mondeling arrest hof bevat geen redenen voor keuze van onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor duur van 3 weken. Hof heeft oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet gemotiveerd overeenkomstig art. 359.6 Sv.
Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging, met uitzondering van opgelegde schadevergoedingsmaatregel. CAG (strekking): (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1161Hoge Raad · 25 november 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1782
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03752
Datum 25 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2024, nummer 21-005129-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat V.P.J. Tuma bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof in strijd met artikel 359 lid 6 van het Wetboek van Strafvordering in zijn uitspraak niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2025.