Strafrecht overig
Vervoeren van cocaïne en heroïne, art. 2.B Opiumwet. Verzuim ex art. 27.1 Sr aftrek op taakstraf toe te…
ECLI:NL:HR:2025:1872 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1872
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 24/01649
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1872
Samenvatting
Vervoeren van cocaïne en heroïne, art. 2.B Opiumwet. Verzuim ex art. 27.1 Sr aftrek op taakstraf toe te passen, belang bij cassatie. Heeft hof verzuimd aftrek van art. 27.1 Sr te bevelen t.a.v. taakstraf die naast deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte is opgelegd, nu hof die aftrek slechts heeft toegepast op onvoorwaardelijk deel van gevangenisstraf?
HR: Om redenen vermeld in CAG heeft verdachte onvoldoende belang bij gegrondbevinding van klacht. CAG: Ook in dit geval, waarin rechter zowel gevangenisstraf waarvan deel voorwaardelijk is als taakstraf oplegt en duur van voorarrest langer is dan duur van onvoorwaardelijk deel van gevangenisstraf, moet resterend gedeelte van duur van voorarrest ex art. 27.1 Sr in mindering worden gebracht op taakstraf. Tot cassatie behoeft dit verzuim echter niet te leiden. Indien hof in zijn in cassatie bestreden uitspraak heeft verzuimd aftrek van art. 27 Sr te bevelen, heeft verdachte in cassatie niet voldoende in rechte te respecteren belang bij vernietiging van bestreden uitspraak op gronden vermeld in HR:2013:BZ4478. In dat geval kan HR o.g.v. art. 80a RO beroep n-o verklaren. Hetzelfde geldt in onderhavig geval, waarin hof weliswaar niet heeft verzuimd aftrek van art. 27 Sr te bevelen maar wel heeft verzuimd te bevelen dat (nadat tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht in mindering is gebracht op (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf) resterend gedeelte van duur van voorarrest in mindering moet worden gebracht op taakstraf. Ook in dit geval vormt verzuim immers “onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door rechter die op zaak hebben gezeten” dan wel “voor eenieder evidente vergissing op grond waarvan die uitspraak verbeterd moet worden gelezen en wel aldus dat bedoelde aftrek is bevolen. Redelijk handelend OM dat met tul van strafoplegging is belast kan zich dan ook niet op standpunt stellen dat (taak)straf zonder die aftrek moet worden ten uitvoer gelegd.” Nu het gaat om taakstraf a.b.i. art. 27.1 Sr, moet aftrek geschieden naar gebruikelijke maatstaf van 2 uren per dag.
Verdachte n-o (art. 80a RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1232Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1872
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01649
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2024, nummer 21-001959-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie op de voet van artikel 80a RO.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft verzuimd de aftrek van artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht te bevelen ten aanzien van de taakstraf die naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte is opgelegd, omdat het hof die aftrek slechts heeft toegepast op het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf.
De verdachte heeft onvoldoende belang bij gegrondbevinding van de klacht. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Daarom zal de Hoge Raad gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.