Strafrecht overig
Diefstal d.m.v. braak van handtas en portemonnee met inhoud (art. 311.1.5 Sr) en verduistering van pinpas…
ECLI:NL:HR:2025:201 · Hoge Raad · 11 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-201
Zaakgegevens
Op 11 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2025
- Datum publicatie
- 10 februari 2025
- Zaaknummer
- 23/01915
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:201
Samenvatting
Diefstal d.m.v. braak van handtas en portemonnee met inhoud (art. 311.1.5 Sr) en verduistering van pinpas (art. 321 Sr). Onttrekking aan het verkeer van stiletto, art. 36d Sr. Is sprake van soortgelijke feiten a.b.i. art. 36d Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Onder “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36d Sr dienen blijkens jurisprudentie HR “feiten die tot dezelfde categorie behoren als door verdachte begane feiten dan wel feiten waarvan hij wordt verdacht” te worden verstaan. In aanmerking genomen dat verdachte is veroordeeld voor diefstal met braak (waarbij verdachte zich toegang tot plaats van misdrijf heeft verschaft door autoruit in te slaan/in te gooien) en verduistering van pinpas, valt zonder nadere motivering niet in te zien hoe stiletto kan dienen tot het begaan of voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot belemmering van opsporing daarvan.
Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer van stiletto (zonder terugwijzing).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 mei 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1439Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1292Hoge Raad · 11 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:201
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01915
Datum 11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 mei 2023, nummer 20-002222-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging, maar uitsluitend ten aanzien van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen stiletto en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat de inbeslaggenomen stiletto aan het verkeer onttrokken wordt verklaard.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.5.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen stiletto;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.