Strafrecht overig
Verlaten plaats van ongeval, art. 7 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in haar hoger beroep, omdat…
ECLI:NL:HR:2025:390 · Hoge Raad · 18 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-390
Zaakgegevens
Op 18 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 maart 2025
- Datum publicatie
- 13 maart 2025
- Zaaknummer
- 22/04044
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:390
Samenvatting
Verlaten plaats van ongeval, art. 7 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in haar hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Beroep op verontschuldigbare termijnoverschrijding. Had hof gemotiveerd moeten beslissen op ttz. in h.b. gevoerd verweer van raadsman dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding gelet op psychische gesteldheid van verdachte, waarbij is verwezen naar brief van neuroloog (die niet in dossier is opgenomen)? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Verweer over verontschuldigbare termijnoverschrijding is door hof verworpen maar hof heeft daarbij nagelaten hierover uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te nemen. Hoewel van inhoud van brief van neuroloog geen kennis kan worden genomen, blijkt uit stukken dat deze brief is overgelegd en derhalve dat verweer van verdediging met objectieve informatie is onderbouwd. Daarbij merk ik op dat door verdediging gevoerde verweer niet van dien aard is dat hof uitsluitend tot verwerping van verweer had kunnen besluiten. Gelet op toepasselijk juridisch kader had hof zijn oordeel dat geen sprake is van verontschuldigbare termijnoverschrijding, moeten motiveren. ‘s Hofs oordeel dat verdachte n-o is in haar h.b., is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 18 oktober 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:3952Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:172Hoge Raad · 18 maart 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:390
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04044
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2022, nummer 23-000941-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Pothast, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.9.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.