Strafrecht overig
Diefstal met geweld (art. 312.1 Sr) en afpersing (art. 317.1 Sr), meermalen gepleegd. Aanwezigheidsrecht…
ECLI:NL:HR:2025:568 · Hoge Raad · 15 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-568
Zaakgegevens
Op 15 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 2025
- Datum publicatie
- 11 april 2025
- Zaaknummer
- 23/04561
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:568
Samenvatting
Diefstal met geweld (art. 312.1 Sr) en afpersing (art. 317.1 Sr), meermalen gepleegd. Aanwezigheidsrecht, overleveringsdetentie in Duitsland gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. Kon hof verstek verlenen tegen niet verschenen verdachte?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Er kan niet met zekerheid worden gezegd dat verdachte t.t.v. behandeling van hoger beroep was gedetineerd, maar in cassatie overgelegde Duitse stukken maken zulks wel (zeer) waarschijnlijk. Gelet op groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, dient verdachte onder deze omstandigheden mogelijkheid te hebben zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 14 november 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2696Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:238Hoge Raad · 15 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:568
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04561
Datum 15 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2023, nummer 23-003086-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.B. Lisi, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in het kader van een overleveringsprocedure voor deze strafzaak in Duitsland was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 8.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2025.