Strafrecht overig

Belaging ex-partner (art. 285b.1 Sr). Sanctietoemetingsbeslissing, oplegging gebiedsverbod en contactverbod…

Hoge Raad, 14 januari 2025

Zaakgegevens

Op 14 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 januari 2025
Datum publicatie
10 januari 2025
Zaaknummer
22/04819
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:61
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belaging ex-partner (art. 285b.1 Sr). Sanctietoemetingsbeslissing, oplegging gebiedsverbod en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel a.b.i. art. 38v Sr. Duur vervangende hechtenis, art. 38w Sr. Kon hof bepalen dat vervangende hechtenis “voor elke maatregel afzonderlijk” maximaal 6 maanden bedraagt?

Rechter kan aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen waaraan meerdere in art. 38v.2 Sr genoemde verplichtingen worden verbonden. Daarbij bepaalt rechter overeenkomstig art. 38w.2 Sr duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan maatregel (aan een aan die maatregel verbonden verplichting) wordt voldaan. O.g.v. art. 38w.3 Sr geldt van rechtswege dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt (vgl. HR:2021:841). Sanctietoemetingsbeslissing van hof moet, wat betreft oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel, zo worden verstaan dat aan verdachte 1 vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd waarbij verdachte wordt bevolen zich niet op te houden in bepaald gebied en tevens wordt bevolen zich te onthouden van contact met bepaalde persoon, en dat duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan 1 van die verplichtingen wordt voldaan 7 dagen bedraagt, waarbij o.g.v. art. 38w.3 Sr van rechtswege geldt dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. Verdachte heeft daarom geen belang bij middel.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1334
  2. Hoge Raad · 14 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:61

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04819

Datum 14 januari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 december 2022, nummer 21-000557-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Simo, advocaat in Culemborg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste tot en met het tiende cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het elfde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 38w van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in verband met de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregelen tweemaal de totale duur van vervangende hechtenis van zes maanden heeft bepaald.

3.2

Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens belaging. De sanctietoemetingsbeslissing houdt onder meer in:

“Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren zich niet zal ophouden binnen een straal van 100 meter rond het adres [a-straat 1] , [postcode] [plaats] .

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever] , geboren op [geboortedatum] 1983. Het contact tussen verdachte en [aangever] met betrekking tot [kind] vindt uitsluitend plaats door tussenkomst van of onder toezicht van een professioneel betrokken derde.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

De duur van de vervangende hechtenis bedraagt voor elke maatregel afzonderlijk maximaal 6 maanden.”

3.3

De rechter kan aan een verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen waaraan meerdere in artikel 38v lid 2 Sr genoemde verplichtingen worden verbonden. Daarbij bepaalt de rechter overeenkomstig artikel 38w lid 2 Sr de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel – dat wil zeggen: aan een aan die maatregel verbonden verplichting – wordt voldaan. Op grond van artikel 38w lid 3 Sr geldt van rechtswege dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt. (Vgl. HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:841.)

3.4

De sanctietoemetingsbeslissing van het hof moet, wat betreft de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel, zo worden verstaan dat aan de verdachte één vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd waarbij de verdachte wordt bevolen zich niet op te houden in een bepaald gebied en tevens wordt bevolen zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon, en dat de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan één van die verplichtingen wordt voldaan zeven dagen bedraagt, waarbij op grond van artikel 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt. De verdachte heeft daarom geen belang bij het cassatiemiddel.

3.5

Het cassatiemiddel is tevergeefs voorgesteld.

4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.