Strafrecht overig
Aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep (art. 3.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen, munitie…
ECLI:NL:HR:2025:63 · Hoge Raad · 14 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-63
Zaakgegevens
Op 14 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 januari 2025
- Datum publicatie
- 10 januari 2025
- Zaaknummer
- 22/02743
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:63
Samenvatting
Aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep (art. 3.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen, munitie en pepperspray (art. 26.1 WWM). Onttrekking aan het verkeer van weegschaal, geldautomaten en tas. Vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer, art. 36c en 36d Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ongecontroleerd bezit van weegschalen, geldautomaten en tassen is niet in strijd met wet of algemeen belang. Zonder nadere uitleg valt niet in te zien dat geldautomaten kunnen dienen tot het begaan of voorbereiding van soortgelijke feiten als bewezenverklaard.
Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer (zonder terugwijzing). Samenhang met 23/00203 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1168Hoge Raad · 14 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:63
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02743
Datum 14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2022, nummer 20-003091-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover daarin de onttrekking aan het verkeer is bevolen van een weegschaal, een tas en twee geldautomaten, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat de inbeslaggenomen weegschaal, twee geldautomaten en een tas aan het verkeer onttrokken worden verklaard.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 10.
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen weegschaal, geldautomaten en tas en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze zeven maanden en drie weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.