Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. misbruik maken van identificerende persoonsgegevens (art. 231b Sr) en…

Zaakgegevens

Op 20 mei 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 mei 2025
Datum publicatie
15 mei 2025
Zaaknummer
24/01477
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:748
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. misbruik maken van identificerende persoonsgegevens (art. 231b Sr) en voorhanden hebben van wapen (art. 26.1 WWM). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen vonnis Pr en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan strafgriffie hof (met als bijlage een appelschriftuur), die zich bij stukken bevindt en waarvan voorzitter hof bij eerdere tz. in h.b. (rolzitting) melding heeft gemaakt?

HR: Om redenen vermeld in CAG is middel gegrond. CAG: Uit appelschriftuur blijkt dat (anders dan hof heeft overwogen) namens verdachte wel degelijk bezwaren tegen vonnis zijn opgegeven. Uit p-v van eerdere tz. in h.b. (rolzitting) blijkt verder dat hof de appelschriftuur in goede orde heeft ontvangen en kennis heeft genomen van inhoud daarvan, namelijk dat h.b. is gericht tegen strafmaat. Daarmee is ’s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 april 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:476
  2. Hoge Raad · 20 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:748

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01477

Datum 20 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 april 2024, nummer 21-003681-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.

2.2

Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.