Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verkeersovertreding (art. 62 jo. bord A3 RVV 1990). Dubbel verstek…

Zaakgegevens

Op 10 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2025
Datum publicatie
6 juni 2025
Zaaknummer
23/03430
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:886
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verkeersovertreding (art. 62 jo. bord A3 RVV 1990). Dubbel verstek. Heeft hof verzuimd te beslissen op voorafgaand aan tz. in hoger beroep door raadsman gedaan aanhoudingsverzoek in stelbrief? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Afgezet tegen toepasselijk kader m.b.t. verplichting voor rechter om ttz. te beslissen op aanhoudingsverzoek en gelet op de inhoud van stelbrief van raadsman en (aan cassatieschriftuur gehecht) e-mailbericht van raadsheer hof, slaagt middel. Dat is gelet op gang van zaken ook wenselijke uitkomst.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 mei 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:662
  2. Hoge Raad · 10 juni 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:886

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03430

Datum 10 juni 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 augustus 2023, nummer 23-001219-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.O. Zandt bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de nietverschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat het hof heeft verzuimd te beslissen op het voorafgaand aan de terechtzitting door de raadsman gedane aanhoudingsverzoek.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.7 en 3.9.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.