Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Betekening dagvaarding in…
ECLI:NL:HR:2026:1119 · Hoge Raad · 30 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1119
Zaakgegevens
Op 30 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Datum publicatie
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/03034
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1119
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Betekening dagvaarding in hoger beroep op adres in Suriname, art. 36e.3 Sv en 14.1 Overeenkomst tussen Nederland en Suriname betreffende uitlevering en rechtshulp in strafzaken. Kon dagvaarding als gewone brief worden verzonden naar adres in Suriname?
Hof heeft geoordeeld dat uitreiking van dagvaarding in h.b. geldig heeft plaatsgevonden, nu (afschrift van) die dagvaarding “als gewone brief” naar adres in Suriname, waarop verdachte staat ingeschreven, is verzonden. Daarmee heeft hof miskend dat, gelet op art. 36e.3 Sv en 14.1 Overeenkomst, uitreiking aan geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in Suriname bekend is, moet plaatsvinden door toezending bij aangetekend schrijven of door bemiddeling van bevoegd parket van Suriname.
HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig. CAG (strekking): nietigverklaring van dagvaarding in h.b.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 28 maart 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:3059Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:555Hoge Raad · 30 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1119
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/03034
Datum 30 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 maart 2025, nummer 22-001892-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:
“De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
huidige BRP-adres: [a-straat 1] te [plaats] (Suriname),
is niet ter terechtzitting verschenen.
Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mevrouw mr. [betrokkene 1] , advocaat te Rotterdam, die desgevraagd door de voorzitter mededeelt dat zij niet door de verdachte uitdrukkelijk is gemachtigd de verdediging te voeren.
De voorzitter stelt vast dat volgens de Informatiestaat SKDB-persoon, gedateerd 13 februari 2025, de verdachte sinds 30 augustus 2024 staat ingeschreven op het adres: [a-straat 1] te [plaats] (Suriname).
Voorts stelt de voorzitter vast dat op 19 februari 2025 de dagvaarding is uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie, waarna een afschrift daarvan als gewone brief is verzonden naar dit adres in Suriname.
De voorzitter stelt vast dat de dagvaarding van de verdachte in hoger beroep op de juiste wijze is uitgereikt.”
Artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“De uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt door toezending van de mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. (...)”
Artikel 14 lid 1 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken, Trb. 1976, 143 luidt:
“De processtukken en de rechterlijke beslissingen, die moeten worden medegedeeld aan personen die zich op het grondgebied van een der Partijen bevinden, worden hun toegezonden hetzij rechtstreeks bij aangetekend schrijven door de bevoegde autoriteiten of deurwaarders, hetzij door bemiddeling van het bevoegd parket van de aangezochte Partij.”
Het hof heeft geoordeeld dat de uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep geldig heeft plaatsgevonden, nu (een afschrift van) die dagvaarding “als gewone brief” naar het adres in Suriname, waarop de verdachte staat ingeschreven, is verzonden. Daarmee heeft het hof miskend dat, gelet op de onder 2.3 genoemde (verdrags)bepalingen, uitreiking aan een geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in Suriname bekend is, moet plaatsvinden door toezending bij aangetekend schrijven of door bemiddeling van het bevoegd parket van Suriname.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.