Strafrecht overig
Kilometerblokker. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op Duitse auto, die is voorzien van apparaat waarmee werking…
ECLI:NL:HR:2026:1436 · Hoge Raad · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1436
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- 25/01654
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1436
Samenvatting
Kilometerblokker. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op Duitse auto, die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed, onder ander dan klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto, waarin kilometerblokker heeft gezeten, een voorwerp van zodanige aard is dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang?
In samenhangende zaak HR:2026:1435 heeft HR geoordeeld dat oordeel Rb dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto moet worden toegewezen op de grond dat ongecontroleerd bezit van auto in strijd is met wet of algemeen belang, ontoereikend is gemotiveerd. Daarom kan ook deze beslissing van Rb niet in stand blijven.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/01653 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:631Hoge Raad · 22 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1436
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01654 B
Datum 22 september 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 18 februari 2025, nummer RK 24/029404, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat B.M.C.F. de Groen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de ongegrondverklaring van het klaagschrift dat strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto waarin een kilometerblokker was aangetroffen.
De beschikking van de rechtbank houdt onder meer in:
“In een aparte beslissing beslist de raadkamer dat de vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer wordt toegewezen. Het belang van strafvordering verzet zich daarmee tegen opheffing van het beslag. Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard.”
In de met deze zaak samenhangende zaak 25/01653 B (ECLI:NL:HR:2026:1435) heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld dat het oordeel van de rechtbank dat de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen auto moet worden toegewezen op de grond dat het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd is met de wet of het algemeen belang, ontoereikend is gemotiveerd. Daarom kan ook deze beslissing van de rechtbank niet in stand blijven.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.