Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Laatste woord gegeven aan raadsman i.p.v. aan betrokkene, art…

Zaakgegevens

Op 17 maart 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 maart 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
Zaaknummer
23/03970
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:447
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Laatste woord gegeven aan raadsman i.p.v. aan betrokkene, art. 311.4 jo. 511d.1 Sv.

Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan raadsman het laatste woord is gegeven maar niet dat aan betrokkene zelf recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311.1 jo. 511d.1 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen (vgl. HR:2021:681).

Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 september 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:3738
  2. Conclusie A-G · 14 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1104
  3. Hoge Raad · 17 maart 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:447

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03970 P

Datum 17 maart 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 september 2023, nummer 20-000758-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat G.J.P.M. Mooren bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de betrokkene niet het recht is gelaten het laatst te spreken.

2.2

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 augustus 2023 houdt onder meer in:

“De betrokkene, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[betrokkene]

(...)

Als raadsman van betrokkene is mede ter terechtzitting aanwezig mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg.

(...)

De advocaat-generaal maakt geen gebruik van de gelegenheid tot repliek.

Aan de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken. Deze verklaart maakt daarvan geen gebruik.”

2.3

Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan de raadsman het laatste woord is gegeven, maar niet dat aan de betrokkene zelf het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 in samenhang met artikel 511d lid 1 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen (zie voor een vergelijkbaar geval HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:681).

2.4

Het cassatiemiddel slaagt.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede, het derde en het vierde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026.