Strafrecht overig

Conclusie AG. Profijtontneming. Slagende klacht over het ontbreken van motivering van oordeel dat er…

Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Datum publicatie
5 oktober 2026
Zaaknummer
24/04328
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:967
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Conclusie AG. Profijtontneming. Slagende klacht over het ontbreken van motivering van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de betrokkene heeft geprofiteerd van eerdere oogst. Conclusie strekt tot terugwijzing.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/04328 P

Zitting 6 oktober 2026

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de betrokkene

Inleiding

1. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 19 november 2024 (parketnr. 23-003121-22) de betrokkene – ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel – de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 29.884,29 aan de staat. Het hof heeft de duur van de gijzeling die ten hoogte kan worden gevorderd in geval van niet-betaling bepaald op 597 dagen.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. J.E. Kötter en J.L. L'Homme, beiden advocaat in Amsterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.

Het eerste middel

3. Het middel komt op tegen het oordeel dat ‘voldoende aanwijzingen’ in de zin van artikel 36e lid 2 Sr bestaan dat de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen uit het opzettelijk telen van hennep. Volgens de stellers van het middel is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd, omdat het bewijsverweer is gevoerd dat er géén aanwijzingen zijn (laat staan ‘voldoende aanwijzingen’) dat de betrokkene met een eerdere oogst iets te maken had.

De processtukken

4. Het bestreden arrest houdt onder meer in (inclusief de voetnoten van het hof):

“Procesgang

(…).

De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2024 in de gelijktijdig behandelde strafzaak veroordeeld ter zake van - kort gezegd en voor zover relevant - het opzettelijk aanwezig hebben van 345 hennepplanten.

(…).

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

(…).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft het hof verzocht de vordering af te wijzen in verband met de door haar in de strafzaak bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat op basis van de veroordeling betreffende het aanwezig hebben van hennepplanten niet kan worden vastgesteld dat veroordeelde financieel voordeel heeft genoten. Het procesdossier bevat geen andere concrete aanwijzingen dat de betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in de bedoelde periode en evenmin dat hij betrokken is geweest bij de eerste oogst waarvan het openbaar ministerie vermoedt dat die er geweest moet zijn. (…).

Het oordeel van het hof

Op basis van de veroordeling van het hof van 19 november 2024 kan, gelet op artikel 36e, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht aan de veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel dat is verkregen door middel van of uit baten van andere strafbare feiten dan het bewezen verklaarde waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat deze door de veroordeelde zijn begaan.

Uit het door Liander N V ingestelde onderzoek is gebleken dat een hennepplantage was ingericht aan de [a-straat 1] in [plaats], in ieder geval in de periode van 5 februari 2020 tot 8 mei 2020. Deze periode beslaat 13 weken. De aangetroffen teelt was ten minste 3 weken oud. Anders dan de raadsvrouw heeft gesteld, is het hof van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat in deze periode sprake is geweest van ten minste één eerdere teelt. Er zijn droge resten van hennepplanten aangetroffen op kartonnen dozen. In de kweekruimte bevond zich op kalk gelijkende afzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten. De hoogte van de op kalk gelijkende afzetting aan de onderzijde van de potten en op het zeil tegen de opstaande rand van de potten kwam overeen. In de kweekruimte bevond zich op het gebruikte bevloeiingssysteem, het water-/voedingsvat, de dompelpomp, circulatiepomp, vatverwarmer, filters, leiding, stekers, sproeiers, op kalk gelijkende afzetting. In zowel ruimte A als ruimte B waren koolstoffilters aanwezig. Het filterdoek van de koolstoffilters was vervuild. Bij het verplaatsen van de bevestiging bleek dat op de plaats(en) waar deze was aangebracht, het filterdoek een aanzienlijk lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de kleur van het overige filterdoek. Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in de kwekerij is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kwekerij waren bevestigd. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. In ruimte A en B is een aantal gebruikte, vervuilde koolstoffilters aangetroffen. Deze gebruikte, vervuilde koolstoffilters kwamen in aantal, grootte en capaciteit overeen met het aantal koolstoffilters aangetroffen in de kweekruimte, wat er op duidt dat er sprake is geweest van één of meerdere oogst(en). Er lag een niet doorbroken stoflaag op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen, de aanwezige elektra en de kachel. Vervuiling met stof in een hennepkwekerij treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op voormelde goederen terecht. In ruimte A zijn knipschaartjes aangetroffen. Op deze knipschaartjes bevonden zich hennepresten. In ruimte A en B is een aantal vuilniszakken met potgrond aangetroffen. In deze potgrond bevonden zich gebruikte stekblokjes/rondjes en wortelresten. Verder hadden diverse stukken samengeperste potgrond dezelfde vorm en inhoud als de lege potten die in de kwekerij zijn aangetroffen. Aannemelijk is dat deze potgrond zich in een eerder stadium in deze potten had bevonden.

In ruimte A zijn 128 hennepplanten aangetroffen; in ruimte B 217. Het hof acht, anders dan door de raadsvrouw gesteld, aannemelijk dat het bij een eerdere oogst om dezelfde hoeveelheid hennepplanten ging. In de ontnemingsrapportage wordt uitgegaan van 8 planten per vierkante meter in allebei de ruimtes. Het hof acht dit niet aannemelijk en gaat ten voordele van de betrokkene uit van een onbekend aantal planten per vierkante meter, in welk geval, volgens de tabel van het Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 wordt uitgegaan van 15 planten per vierkante meter, waarbij een opbrengst per plant hoort van 28,2 gram.

Berekening

Ruimte aantal planten opbrengst per plant totaal

A 128 28,2 gram 3.609,60 gram

B 217 28,2 gram 6.119,4 gram

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens voornoemd rapport van het Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,00.

3,6096 kilo x € 4.070 = € 14.691,07

6,1194 kilo x € 4.070 = € 24.905,96

De bruto opbrengst bedraagt: € 14.691,07 + € 24.905,96 = € 39.597,03

Kosten

De verdachte betrok de elektriciteit op illegale wijze. De kosten hiervan zijn na ontdekking bij betrokkene in rekening gebracht voor een bedrag van 4.209,69.5 Deze elektriciteitskosten zijn inmiddels betaald. Het hof zal het bedrag van € 4.209,69 dan ook in mindering brengen op het voordeel. De overige op de nota vermelde kosten staan niet in verband tot het strafbare feit en komen niet voor aftrek in aanmerking.

Ruimte A Ruimte B Totaal

Afschrijvingskosten € 150,00 € 200,00 € 350,00

stekken € 3,81 per stek € 487,68 € 826,77 € 1.314,45

stekken € 3,81 per stek € 487,68 € 826,77 € 1.314,45

variabele kosten € 3,88 per plant € 496,64 € 841,96 € 1.338,60

elektriciteit € 4.209,69

huurkosten € 2.500,00

Totaal € 9.712,74

Netto voordeel € 39.597,03 - € 9.712,74 = € 29.884,29

Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 29.884,29 .”

De beoordeling van het middel

5. De oplegging van de ontnemingsmaatregel heeft het hof gebaseerd op artikel 36e lid 2 Sr, met name voordeel uit andere feiten dan het feit waarvoor hij is veroordeeld. Het hof heeft geoordeeld dat voor het opzettelijk telen van hennep in de periode van 5 februari 2020 tot 8 mei 2020 voldoende aanwijzingen bestaan dat dit door de betrokkene is begaan.

6. Volgens het hof zijn er voldoende aanwijzingen dat in de periode die aan de ontmanteling van de hennepkwekerij voorafging sprake is geweest van ten minste één eerdere teelt/oogst. Dat oordeel wordt toegelicht aan de hand van diverse feiten en omstandigheden, waaruit het hof die eerdere teelt/oogst heeft afgeleid. Daartegen richt de klacht zich niet.

7. Uit de bewijsmotivering blijkt echter niet waarop het oordeel is gebaseerd dat voldoende aanwijzingen bestaan dat het de betrokkene is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk telen van hennep. Uit het enkele feit dat de betrokkene in de strafzaak is veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep, kan dat oordeel − in het licht van het door de verdediging gevoerde bewijsverweer − niet zonder nadere motivering worden afgeleid.

8. Het is middel is terecht voorgesteld.

Het tweede middel

9. Het tweede middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad. Die termijn is met drie maanden en vijftien dagen overschreden.

10. Aangezien deze overschrijding niet is gecompenseerd door een bijzonder voortvarende behandeling van het cassatieberoep, komt de verdachte in aanmerking voor vermindering van het vastgestelde ontnemingsbedrag.

11. Ook dit middel slaagt.

Slotsom

12. Beide middelen zijn terecht voorgesteld.

13. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Aangifte Liander van 22 mei 2020 met bijlagen, doorgenummerde pagina’s 3 t/m 28 van het proces-verbaal met registratienummer PL1300 2020095635. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e opgemaakt door [deskundige] op 2 oktober 2020 (hierna: Ontnemingsrapportage), met bijlagen (ongenummerd, digitale pag. 2). Ontnemingsrapportage (ongenummerd; digitale pag. 6-8). Ruimlijst hennep, pagina 35. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.6.3.