Belastingrecht
Belanghebbende had in 2009 geen inkomsten, is geen inkomstenbelasting verschuldigd en ten laste van haar is…
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 31 augustus 2015
ECLI:NL:ORBBACM:2015:27 · Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 31 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-beroep-voor-belastingzaken-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-orbbacm-2015-27
Zaakgegevens
Op 31 augustus 2015 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2015
- Datum publicatie
- 7 september 2015
- Zaaknummer
- 2013/62873
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:ORBBACM:2015:27
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Belanghebbende had in 2009 geen inkomsten, is geen inkomstenbelasting verschuldigd en ten laste van haar is ook geen loonbelasting of premie volksverzekeringen ingehouden of afgedragen. Zij heeft daarom geen recht op een teruggave van voorheffingen.
Uitspraak
Beschikking d.d. 31 augustus 2015, nr. 2013/62873
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende op Curaçao
inzake:
X te Curaçao, belanghebbende,
tegen
de Inspecteur der Belastingen op Curaçao, de Inspecteur.
1 Het procesverloop
Aan belanghebbende is met dagtekening 23 november 2012 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2009 naar een belastbaar inkomen van nihil.
Belanghebbende is op 27 december 2012 tijdig in bezwaar gekomen tegen de aanslag. Bij uitspraak van 12 april 2013 heeft de Inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende is op 7 juni 2013 tijdig tegen deze uitspraak in beroep gekomen.
De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
Ter zitting van 19 maart 2015 te Willemstad zijn verschenen [A] en [B] namens de Inspecteur.
2 De tussen partijen vaststaande feiten
Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
Belanghebbende heeft aanvankelijk geen aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2009 gedaan. Aan haar is een taxatieve aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van nihil.
De daarna door belanghebbende ingezonden aangifte is door de Inspecteur aangemerkt als bezwaarschrift tegen de taxatieve aanslag. Deze nihilaanslag is bij de uitspraak op bezwaar gehandhaafd.
3 Geschil
Tussen partijen is, naar de Raad begrijpt, uitsluitend in geschil of belanghebbende voor het jaar 2009 recht heeft op een teruggave van voorheffingen (loonbelasting en premies volksverzekeringen).
4 De standpunten van partijen
Belanghebbende heeft over het onderhavige jaar aangifte gedaan kennelijk met het oog op een teruggaaf van belasting op grond van artikel 41B van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943 (LIB).
De Inspecteur is van mening dat geen recht op teruggaaf bestaat.
5 Beoordeling van het geschil
In artikel 41B lid 1, aanhef en sub c, van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943 (LIB) is bepaald – voor zover hier van belang – dat geen aanslag wordt vastgesteld en verrekening van voorheffingen achterwege blijft, tenzij de belastingplichtige binnen 18 maanden na afloop van het belastingjaar aangifte heeft gedaan. De in artikel 41B voorgeschreven termijn van 18 maanden is ingevolge (gepubliceerd) beleid van de Belastingdienst verlengd tot 36 maanden.
Gelet op het vorenstaande stelt de Raad vast dat belanghebbende tijdig, binnen 36 maanden na afloop van het onderhavige belastingjaar, aangifte voor de inkomstenbelasting heeft gedaan. De Inspecteur heeft echter gesteld dat belanghebbende in 2009 geen inkomsten heeft gehad, dat zij geen inkomstenbelasting is verschuldigd en dat ten laste van haar ook geen loonbelasting of premies volksverzekeringen zijn ingehouden of afgedragen. Belanghebbende heeft daarom volgens de Inspecteur geen recht op teruggave van deze voorheffingen.
Belanghebbende heeft terzake niets gesteld; het door haar bij het beroepschrift ingediende voorblad van (kennelijk) haar aangiftebiljet voor het jaar 2009 vermeldt geen (loon)inkomsten.
De Raad heeft geen reden aan de verklaring van de Inspecteur te twijfelen. De aanslag van belanghebbende voor het jaar 2009 is vastgesteld naar een belastbaar inkomen van nihil en bedraagt nihil. Belanghebbende heeft geen recht op restitutie van voorheffingen. Het beroep is ongegrond.
6 Beslissing
De Raad verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan door mrs. S. Verheijen, G.J. van Muijen en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de secretaris en uitgesproken op 31 augustus 2015.