Bestuursrecht overig
Bevoegdheid toepassen artikel 19, eerste lid WRO; beroepsgang bij weigering; Bevoegdheid om toepassing te…
Rechtbank Almelo, 7 juni 2011
ECLI:NL:RBALM:2011:BQ7701 · Rechtbank Almelo · 7 juni 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-almelo/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbalm-2011-bq7701
Zaakgegevens
Op 7 juni 2011 heeft de Rechtbank Almelo in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AlmeloRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juni 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10 / 1062 WW44 BN1 A
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBALM:2011:BQ7701
Samenvatting
Bevoegdheid toepassen artikel 19, eerste lid WRO; beroepsgang bij weigering;
Bevoegdheid om toepassing te geven aan artikel 19, eerste lid, WRO komt toe aan de gemeenteraad. In casu niet gedelegeerd aan het college burgemeester en wethouders.
Nu de gemeenteraad heeft besloten om vrijstelling ex artikel 19, eerste lid WRO te weigeren kan het beroep gericht tegen het daarop volgende besluit van het College van B&W om de bouwvergunning wegens strijd met het bestemmingsplan te weigeren, niet tevens zien op de vrijstelling. Artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet ziet immers op de verlening van vrijstelling en niet op de weigering van een vrijstelling.
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht
Registratienummer: 10 / 1062 WW44 BN1 A
proces-verbaal mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer als bedoeld in artikel 8:67 Algemene wet bestuursrecht
in het geschil tussen:
[naam eiser],
wonende te [woonplaats], eiser,
gemachtigde: dr. J.W. van Zundert, advocaat te Enschede,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo,
verweerder,
gemachtigden: mr. M. van Dijk en P. Drent.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder d.d. 24 augustus 2010.
2. Datum van de zitting
7 juni 2011
3. De rechtbank sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak.
a. Beslissing
Verklaart het beroep ongegrond.
b. Gronden
De rechtbank stelt voorop dat de bevoegdheid om toepassing te geven aan artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke ordening (WRO) in beginsel toekomt aan de gemeenteraad doch op grond van de laatste volzin in dat artikellid kan worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders (verweerder).
De rechtbank stelt vast dat de raad van de gemeente Hengelo deze bevoegdheid in dit geval niet aan verweerder heeft gedelegeerd. Dit betekent dat niet verweerder maar de raad op het verzoek om vrijstelling diende te beslissen, hetgeen de raad ook heeft gedaan.
Bij besluit van 23 februari 2010 heeft de gemeenteraad besloten om vrijstelling ex artikel 19, eerste lid WRO ten behoeve van het bouwinitiatief van eiser te weigeren. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 22 maart 2010 de gevraagde bouwvergunning geweigerd.
Daartegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit heeft verweerder op de bezwaren beslist en het primaire besluit tot weigering van de bouwvergunning gehandhaafd. Voor zover het bezwaarschrift, zoals mogelijk uit de aanhef van dat schrijven zou kunnen worden afgeleid, tevens zou zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad tot weigering vrijstelling te verlenen ex artikel 19, eerste lid van de WRO, stelt de rechtbank vast dat verweerder hier niet op heeft beslist en hierop ook niet op kon beslissen omdat zodanig besluit is voorbehouden aan de gemeenteraad. Verweerder zal alsnog moeten bezien of aanleiding bestaat het bezwaarschrift in zoverre ter verdere afhandeling door te zenden naar de gemeenteraad.
Voor zover zowel verweerder als eiser in de veronderstelling verkeerden dat de weigering van de gemeenteraad om toepassing te geven aan artikel 19, eerste lid, van de WRO in de procedure inzake het weigeren van de bouwvergunning mede ter beoordeling voorligt, berust deze veronderstelling op een onjuiste lezing van artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet. In dat artikel is immers geregeld dat slechts de verlening van vrijstelling voor de mogelijkheid van beroep wordt geacht deel uit te maken van de beslissing op de aanvraag om bouwvergunning, dus niet de weigering daarvan.
De procedure is derhalve beperkt tot de vraag of de bouwvergunning voor het oprichten van een woning aan de [adres] tegenover nummer 46 te [plaats], terecht door verweerder is geweigerd. In dat verband stelt de rechtbank vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en dat die strijdigheid niet is opgeheven. Verweerder kon dan ook niet tot een ander besluit komen dan de bouwvergunning te weigeren. Het besluit tot weigering van de gevraagde bouwvergunning is derhalve terecht in bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank deelt mee dat tegen de uitspraak binnen zes weken na de zitting hoger beroep
openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door de griffier en ondertekend door:
M.W. Hulsman, griffier mr. S.A. van Hoof, rechter
Afschrift verzonden op