Bestuursrecht overig
Beroep is ingetrokken. Toekenning griffierecht + pkv
Rechtbank Amsterdam, 1 mei 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:3080 · Rechtbank Amsterdam · 1 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2019-3080
Zaakgegevens
Op 1 mei 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 mei 2019
- Datum publicatie
- 29 april 2019
- Zaaknummer
- AMS 18/959
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:3080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep is ingetrokken. Toekenning griffierecht + pkv
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18/959 (Verleunstraat)
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
(gemachtigde: B. van der Wielen),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,
( [de gemachtigde] ).
Procesverloop
De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 31 januari 2017 de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] te Amsterdam (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 225.000,-. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting 2017 bekendgemaakt.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 27 december 2017 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 maart 2019. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De heffingsambtenaar was aanwezig in de persoon van [de gemachtigde] , vergezeld door J. Goote, taxateur.
Overwegingen
1. Op de zitting is gebleken dat de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] niet langer in geschil is. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om vergoeding van griffierecht en proceskosten.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder in de bezwaarfase, nadat de gemachtigde zich had gesteld, ten onrechte het taxatierapport niet aan de gemachtigde maar aan eiser zelf heeft gestuurd. Ook is de informatie van de inpandige meting, waaruit blijkt waarop – in afwijking van de BAG-registratie – de door verweerder gehanteerde oppervlakte van de woning is gebaseerd, pas op de zitting overgelegd. Indien het taxatierapport en de gegevens betreffende de inpandige meting al in de bezwaarfase met de gemachtigde van eiser waren gedeeld, is aannemelijk dat er voor eiser geen noodzaak was geweest beroep in te stellen.
3. In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
4. De rechtbank ziet om dezelfde reden aanleiding om de heffingsambtenaar te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet de heffingsambtenaar de kosten vergoeden voor het taxatierapport van de woning dat in opdracht van eiser is opgesteld. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties (Stcrt. 2018, nr. 28 796) vast op € 128,26 (2 uur, € 53,- per uur, vermeerderd met 21% BTW). In totaal bedragen de door de heffingsambtenaar aan eiser te vergoeden proceskosten (voor kosten rechtsbijstand en taxatiekosten) dus € 1.152,26.
Beslissing
De rechtbank:
-
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.152,26.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.T. Kruis, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2019.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.