Bestuursrecht overig

Uitspraak kennelijk niet-ontvankelijk. Artikel 8:45 van de Awb, geen griffierecht en geen besluit

Rechtbank Amsterdam, 20 augustus 2019

Zaakgegevens

Op 20 augustus 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 augustus 2019
Datum publicatie
21 augustus 2019
Zaaknummer
AMS 19/1194
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:6187
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak kennelijk niet-ontvankelijk. Artikel 8:45 van de Awb, geen griffierecht en geen besluit

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/1194

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te Voorburg, eiseres,

Procesverloop

De rechtbank heeft op 22 februari 2019 een beroepschrift van eiseres ontvangen.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb € 174,-. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

3. De griffier heeft eiseres bij brief van 9 mei 2019 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 7 juni 2019 heeft de griffier eiseres een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Dat betekent dat het griffierecht uiterlijk op 5 juli 2019 door de rechtbank moet zijn ontvangen.

4. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald.

5. Eiseres heeft desgevraagd geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. De rechtbank merkt nog op dat ook om een andere reden het beroep niet ontvankelijk is, nu eiseres het besluit waartegen het beroep zich richt, ondanks een verzoek daartoe bij brief van 26 februari 2019, niet heeft ingestuurd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2019 door mr. C.A.E. Wijnker, rechter, in aanwezigheid van F.F. Rodjan, de griffier,

en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Coll: F.F.R.

D: C