Bestuursrecht overig
Bestuurlijke boete voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. In…
Rechtbank Amsterdam, 9 juli 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:6662 · Rechtbank Amsterdam · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2019-6662
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 11 september 2019
- Zaaknummer
- AMS 18/6835
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:6662
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bestuurlijke boete voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. In geschil is of sprake is van omzetting. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van de laatstelijk vergunde situatie. Toen is een vergunning verleend voor een zelfstandige woonruimte. Uit het huisbezoek blijkt dat de woning nu een onzelfstandige woonruimte is, zodat sprake is van omzetting. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18/6835
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigden: mr. R. Lo Fo Sang en mr. J.E. Carter).
Procesverloop
Bij besluit van 13 maart 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een bestuurlijke boete opgelegd van € 6.000,- voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte op het [adres 1] in onzelfstandige woonruimte.
Bij besluit van 10 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2019. Eiser is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.
Overwegingen
1. Eiser beheert de verhuur van de woning op het [adres 1] . Deze woning is van zijn zus.
2. Het gehele pand op [nummer] bestaat uit een voorhuis, een trappenhuis en een achterhuis. In 1977 is aan de toenmalige eigenaar van de woning een vergunning verleend om het gehele pand op [nummer] te verbouwen in bedrijfsruimten, één woning voor een gezin en twee woningen voor elk maximaal twee personen. Zodoende is op het adres [nummer] een zelfstandige woning gevormd van het voorhuis op de tweede en derde etage en het achterhuis op de vierde etage.
3. Naar aanleiding van een melding woonfraude heeft verweerder een huisbezoek afgelegd in de woning. Tijdens dit huisbezoek is gebleken dat eiser de woning aan drie personen verhuurt. Alle bewoners zijn afhankelijk van één of meer wezenlijke voorzieningen buiten de door hen gehuurde ruimte.
4. Verweerder heeft aan eiser als feitelijk beheerder van de kamerverhuur van de woning een bestuurlijke boete opgelegd van € 6.000,- omdat eiser de woonruimte op het [adres 1] zonder vergunning heeft omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. Hiermee heeft eiser in strijd gehandeld met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014.
Beoordeling door de rechtbank
5. Voor de beoordeling van deze zaak gaat de rechtbank uit van het wettelijk kader zoals opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
6. Eiser voert aan dat de woning op het adres [nummer] altijd al een onzelfstandige woonruimte is geweest. Van omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte is dus geen sprake. Volgens eiser bestaat de woning op het huisnummer [nummer] uit zowel het voor- als het achterhuis van de tweede, derde en vierde verdieping. Omdat de wc zich in het trappenhuis bevindt, is de woning onzelfstandig. Verweerder heeft de woning alleen kunnen aanmerken als een zelfstandige woonruimte door het achterhuis op de tweede en derde verdieping niet bij [nummer] te betrekken, maar bij [nummer] . In die situatie behoort de wc namelijk tot het voorhuis op de tweede en derde verdieping, zodat [nummer] een zelfstandige woonruimte is. Daarmee is verweerder echter uitgegaan van een onjuiste indeling van het huis.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van de laatstelijk vergunde situatie. Dat betreft de vergunning uit 1977. Toen is een vergunning verleend voor het veranderen van [adres 2] tot bedrijfsruimte op de begane grond, twee zelfstandige woningen voor elk maximaal twee personen en één zelfstandige woning voor een gezin. Uit de bij die vergunning behorende bouwtekening blijkt dat [nummer] bestaat uit het voorhuis op de tweede en derde etage en het achterhuis op de vierde etage. De rechtbank volgt eiser dus niet in zijn stelling dat de woning op het adres [nummer] altijd al een onzelfstandige woonruimte is geweest. Uit de aangetroffen situatie blijkt dat [nummer] nu een onzelfstandige woonruimte is, omdat de drie bewoners allen afhankelijk zijn van één of meer wezenlijke voorzieningen buiten de door hen gehuurde ruimte. Dat betekent dat verweerder terecht geconcludeerd heeft dat sprake is van omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. De beroepsgrond slaagt niet.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C.H. Hersbach, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2019.
griffier
rechter
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
BIJLAGE – WETTELIJK KADER
Huisvestingswet 2014
Artikel 21
Het is verboden om een woonruimte, behorend tot een met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie gebouwen en die gelegen is in een in de huisvestingsverordening aangewezen wijk, zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden;
b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden;
c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;
d. tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden.