Bestuursrecht overig
bezwaar te laat ingediend - de gemeente mocht het besluit verzende naar het laatst bekende adres van eiser…
Rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:7615 · Rechtbank Amsterdam · 8 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2019-7615
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2019
- Datum publicatie
- 15 oktober 2019
- Zaaknummer
- AWB - 19 _ 617
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7615
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bezwaar te laat ingediend - de gemeente mocht het besluit verzende naar het laatst bekende adres van eiser, omdat eiser geen ander adres had opgegeven bij de gemeente
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/617
zittingsdatum: 16 september 2019
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiseres] te Amsterdam, eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: S. Lensing)
Conclusie
1. De rechtbank stelt eiser niet in het gelijk. Eiser maakte te laat bezwaar tegen het besluit van de gemeente van 4 juni 2018. Met dit besluit registreerde de gemeente eiser in de Basisregistratie personen (Brp) als vertrokken uit de gemeente en kreeg eiser een boete. De gemeente mocht dit besluit verzenden naar het laatst bekende adres van eiser, omdat eiser geen adres had opgegeven bij de gemeente. De gemeente behandelde terecht het bezwaar van eiser niet inhoudelijk (verklaarde het niet-ontvankelijk). De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt.
De gemeente maakte het besluit op de juiste wijze bekend aan eiser
Anders dan eiser aanvoert, maakte de gemeente het besluit van 4 juni 2018 op de juiste manier bekend aan eiser door het te versturen naar zijn laatst bekende adres. De hoger beroepsrechter oordeelt dat de gemeente een besluit naar het laatst bekende adres mag sturen (ook al weet de gemeente dat iemand daar niet meer woont), als iemand niet heeft doorgegeven waar hij woont en daartoe wel in staat is. De gemeente kan een besluit in dat geval immers niet op een andere manier bekend maken. Het is de verantwoordelijkheid van de burger om ervoor te zorgen dat hij bereikbaar is en dat er een postadres bekend is bij de gemeente. Als een burger deze verantwoordelijkheid niet neemt, komen de risico’s voor zijn rekening.
De rechtbank begrijpt dat het vervelend is voor eiser dat het niet doorgegeven van zijn adres gevolgen voor hem heeft gehad. Eiser was echter wel in staat contact op te nemen met de gemeente en de rechtspraak is streng op dit punt.
Eiser diende zijn bezwaarschrift te laat in
3. Gelet op vaste rechtspraak van de hoger beroepsrechter liep de bezwaarstermijn dus vanaf de dag na de dag dat de gemeente het besluit verstuurde naar het laatst bekende adres van eiser, dus van 5 juni tot en met 16 juli 2018. De gemeente ontving het bezwaarschrift van eiser buiten deze termijn, namelijk op 14 november 2018. Er is in de zaak van eiser niet gebleken van bijzonere redenen waarom de rechtbank het te laat indienen van het bezwaarschrift niet aan eiser tegenwerpt. Dat de gemeente wist dat eiser niet op zijn oude adres woonde is geen bijzondere reden. De gemeente had geen ander adres van eiser en het was de verantwoordelijkheid van eiser om de gemeente te laten weten waar hij te bereiken was. De gemeente mocht het bezwaarschrift van eiser dus buiten behandeling stellen (niet-ontvankelijk verklaren).
Overweging tot slot
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de gemeente het griffierecht dat eiser heeft betaald, te laten vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, en mr. A. Teggelaar, gerechtsjurist. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.
Rechter
Gerechtsjurist
(griffier op zitting)
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met de beslissing?
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019 2500 EA Den Haag. Burgers kunnen ook digitaal hoger beroep instellen.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.