Bestuursrecht overig
Wet Brp. Verweerder heeft tijdig beslist op het correctieverzoek van eiseres. Geen sprake van een te laat…
Rechtbank Amsterdam, 10 maart 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:1550 · Rechtbank Amsterdam · 10 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2020-1550
Zaakgegevens
Op 10 maart 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 maart 2020
- Datum publicatie
- 9 maart 2020
- Zaaknummer
- AWB - 20 _ 714
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:1550
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wet Brp. Verweerder heeft tijdig beslist op het correctieverzoek van eiseres. Geen sprake van een te laat genomen besluit. Beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/714
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres,
en
het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. M. van Looij).
Procesverloop
Eiseres heeft op 12 november 2019 een correctieverzoek gedaan voor het wijzigen van haar adresgegevens in de Basisregistratie personen (Brp).
Eiseres heeft op 30 januari 2020 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek.
Verweerder heeft een schriftelijke reactie gegeven.
De rechtbank doet uitspraak zonder een rechtszitting te houden.
Overwegingen
1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 12 november 2019 een correctieverzoek gedaan voor het wijzigen van haar adresgegevens. Op een verzoek op grond van de Wet Brp dient binnen acht weken na ontvangst van het verzoek door verweerder beslist te worden. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 22 november 2019 tijdig op het verzoek van eiseres heeft beslist. Dat betekent dat geen sprake is van een te laat genomen besluit. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Voor zover eiseres heeft betoogd dat zij het besluit van 22 november 2019 nooit heeft ontvangen, overweegt de rechtbank dat zij dit naar voren kan brengen in haar bezwaarprocedure. Deze procedure ziet namelijk slechts op het uitblijven van een besluit op haar verzoek. De rechtbank zal de stukken van eiseres met bijlagen met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorzenden aan verweerder ter afdoening als bezwaarschrift.
4. Aangezien het beroep van eiseres wordt doorgezonden als bezwaarschrift, is zij geen griffierecht verschuldigd. Het betaalde griffierecht zal worden teruggestort.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku rechter, in aanwezigheid van mr. L. El Ouardiji, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.