Bestuursrecht overig
Beroep niet tijdig. Beroep is onredelijk laat ingediend en daarom niet ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam, 21 september 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:5134 · Rechtbank Amsterdam · 21 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2020-5134
Zaakgegevens
Op 21 september 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 september 2020
- Datum publicatie
- 26 oktober 2020
- Zaaknummer
- 20 / 3616
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:5134
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig. Beroep is onredelijk laat ingediend en daarom niet ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/3616
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
(gemachtigde: mr. J.S. Vlieger),
en
het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde]),
Procesverloop
Eiser heeft op 29 juni 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiser stelt dat namens hem op 29 april 2014 per e-mail bijzondere bijstand is aangevraagd voor de kosten van rechtsbijstand. Eiser stelt daarnaast dat verweerder met de brief van 5 juli 2014 in gebreke is gesteld. Verweerder bestrijdt ontvangst van zowel de aanvraag als de ingebrekestelling. Eiser is op 29 juni 2020 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
4. Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
5. Aangezien in de Awb niet nader is bepaald wanneer sprake is van een onredelijk laat ingediend beroepschrift zoals hiervoor bedoeld, heeft de rechtbank in voorkomende gevallen geoordeeld dat een beroepschrift dat binnen twaalf maanden na het verstrijken van de beslistermijn is ingediend als tijdig moet worden aangemerkt.
7. In het onderhavige geval zijn tussen de datum waarop de beslistermijn zou zijn verlopen en de datum waarop het beroepschrift is ingediend meer dan zes jaren gelegen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die een dergelijke lange termijn rechtvaardigen.
8. Omdat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend zal het beroep hierom reeds niet-ontvankelijk worden verklaard. De vraag of de aanvraag en/of de ingebrekestelling uit 2014 door verweerder is/zijn ontvangen hoeft daarom geen verdere bespreking.
9. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.