Bestuursrecht overig
Gecombineerde aanslag, belastingplicht, zakelijk recht, ongegrond.
Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:2989 · Rechtbank Amsterdam · 20 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2021-2989
Zaakgegevens
Op 20 mei 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 mei 2021
- Datum publicatie
- 10 juni 2021
- Zaaknummer
- AWB - 19 _ 6391
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:2989
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gecombineerde aanslag, belastingplicht, zakelijk recht, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/6391
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
( [heffingsambtenaar] ).
Partijen worden hierna [eiser] en de heffingsambtenaar genoemd.
Procesverloop
Met een besluit van 28 februari 2019 (het primaire besluit) heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] voor het belastingjaar 2019 een gecombineerde aanslag opgelegd voor de onroerende zaak [adres] te Amsterdam.
Met de uitspraak op bezwaar van 13 november 2019 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.
[eiser] heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 maart 2021. [eiser] is niet verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van [heffingsambtenaar] , vergezeld door C.D.H. Helder.
Overwegingen
1. [eiser] stelt dat de gecombineerde aanslag onterecht aan hem is opgelegd. [eiser] heeft het eigendom van de [adres] overgedragen aan iemand anders dus hij is zelf niet langer de eigenaar.
2. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt gegevens uit het kadaster overgelegd. Hieruit volgt dat het eigendom belast met gebruik en bewoning van de [adres] per 13 december 2018 door [eiser] is overgedragen aan nieuwe eigenaren.
3. Volgens de heffingsambtenaar heeft [eiser] het eigendom wel overgedragen, maar heeft hij zelf nog steeds het vruchtgebruik over de [adres] . Dit volgt uit de kadastrale gegevens. De heffingsambtenaar stelt dat nu [eiser] genothebbende is van de onroerende zaak krachtens beperkt recht hij als belastingplichtig moet worden gezien.
4. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in het standpunt dat degene die de aan een zakelijk recht ontleende bevoegdheid heeft om de zaak te gebruiken dient te worden aangemerkt als belastingplichtig voor de gecombineerde aanslag. Nu [eiser] op grond van het vruchtgebruik de bevoegdheid heeft om, met uitsluiting van een ander, de onroerende zaak te gebruiken, is hij genothebbende daarvan.
5. De gecombineerde aanslag over het jaar 2019 is terecht aan [eiser] opgelegd. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het door [eiser] betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier
de rechter is verhinderd te tekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.