Bestuursrecht overig
Vereenvoudigde afdoening (8:54 Awb). Beroep is op formele gronden niet-ontvankelijk. Dat, en de omstandigheid…
Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:5865 · Rechtbank Amsterdam · 7 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2022-5865
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2022
- Datum publicatie
- 13 oktober 2022
- Zaaknummer
- AMS 22/2128
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:5865
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vereenvoudigde afdoening (8:54 Awb). Beroep is op formele gronden niet-ontvankelijk. Dat, en de omstandigheid dat de rechtbank over onvoldoende informatie beschikt, maakt dat de rechtbank niet toekomt aan de beoordeling van het verzoek van de gestelde vergunninghouder(s) of zij belanghebbende zijn.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/2128
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser,
(gemachtigde: mr. D.D. Klieverik),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 25 april 2022 een beroepschrift van eiser ontvangen dat – volgens opgave van eiser – is gericht tegen het besluit van verweerder van 17 maart 2022 met [kenmerk 1] / [kenmerk 2] (het bestreden besluit).
Bij brief van 17 mei 2022 heeft mr. H.C. Lagrouw namens [persoon 1] , [persoon 2] en namens [persoon 3] van [bedrijf] de rechtbank verzocht hen als belanghebbenden aan te merken omdat zij vergunninghouders zijn van het object [adres] te Amsterdam.
Overwegingen
1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Eiser heeft bij het beroepschrift geen afschrift van het bestreden besluit overgelegd. In het beroep staat in beginsel wel voldoende informatie over het bestreden besluit. Eiser heeft in het beroepschrift geen gronden vermeld. De griffier heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 26 april 2022 gevraagd om binnen vier weken na dagtekening alsnog de gronden van het beroep in te sturen. De laatste dag van deze termijn is 24 mei 2022. In die brief is ook aangegeven dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien eiser niet aan het verzoek tot indiening van de gronden voldoet en evenmin tijdig een verzoek om uitstel heeft gedaan.
3. Eiser heeft binnen de gestelde termijn geen gronden van het beroep ingestuurd en evenmin een verzoek om uitstel ingediend
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep.
5. De rechtbank komt gelet op het voorgaande evenmin toe aan de vraag of
[persoon 1] , [persoon 2] en [bedrijf] ( [persoon 3] ) als belanghebbenden moeten worden aangemerkt.
6. Voor een proceskostenveroordeling is bij deze uitkomst geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
7 oktober 2022
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: C