Bestuursrecht overig
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Ongegrond. Niet voldaan aan voorwaarden bewonersvergunning. Objectieve…
Rechtbank Amsterdam, 7 april 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:3810 · Rechtbank Amsterdam · 7 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2023-3810
Zaakgegevens
Op 7 april 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 april 2023
- Datum publicatie
- 20 juni 2023
- Zaaknummer
- AMS 22/2588
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:3810
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Ongegrond. Niet voldaan aan voorwaarden bewonersvergunning. Objectieve belasting.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/2588
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Bij besluit van 10 maart 2022 (het primaire besluit) heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Bij besluit van 7 april 2022 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 april 2023. Eiser is verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van mr. H. Oderkerk.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Op vrijdag 4 maart 2022 stond de auto van eiser geparkeerd in een parkeervak ter hoogte van [adres 1] in Amsterdam. Om 15.10 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan, vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd.
3. Eiser vindt dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd. Volgens eiser beschikte hij ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag over een parkeervergunning (bewonersvergunning) voor het gebied waar de auto geparkeerd stond. Hij kon niet weten dat de bewonersvergunning op deze parkeerplek niet geldig was. Dat stond niet aangegeven op de parkeerautomaat en bij het parkeervak stond geen bord geplaatst.
4. Verweerder voert aan dat de begrenzing van het vergunningsgebied aan eiser kenbaar is gemaakt via een bijlage bij de aan eiser verstrekte bewonersvergunning. Daarnaast staat op de website van de Gemeente Amsterdam aangegeven dat de vergunninghouder in een aantal winkelstraten op bepaalde tijdstippen parkeergeld moet betalen, ook als hij beschikt over een bewonersvergunning.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser niet betwist dat hij op de datum, tijd en locatie die in de naheffingsaanslag zijn vermeld geparkeerd stond. Verder betwist eiser niet dat hij geen parkeerbelasting heeft betaald.
6. De rechtbank overweegt dat geen parkeerbelasting hoeft te worden betaald als daarvoor een vergunning is verleend en wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de parkeervergunning is verleend. Voorwaarden zijn dat de parkeervergunning alleen geldig is voor het daartoe aangewezen vergunningsgebied en op de voor het vergunningsgebied vastgestelde tijdvakken. Een van de voorwaarde is ook dat de bewonersvergunning niet geldig is tussen de rotonde bij het [naam plein] en het knooppunt [adres 2] , van maandag tot en met zaterdag 10.00-18.00 uur.
7. Met het verlenen van de vergunning is eiser hierover geïnformeerd. Ook op de website van de gemeente Amsterdam kan eiser opzoeken waar zijn vergunning geldig is. Dat heeft verweerder aannemelijk gemaakt. Ten slotte staan er ook borden waaruit blijkt dat de vergunning niet geldt voor het parkeervak waar eiser geparkeerd stond. Eiser is dus voldoende geïnformeerd. Eiser kon weten dat zijn bewonersvergunning niet geldig was tussen de rotonde bij het [naam plein] en het knooppunt [adres 2] op vrijdag 4 maart 2022 om 15.10 uur. Niet is vereist dat bij elke parkeerplaats een parkeerbord staat. Dat inmiddels het invalideparkeerplaats bord is weggehaald dat er ten tijde van belang nog stond, zoals eiser op de zitting heeft gesteld, maakt niet dat eisers bewonersvergunning daarom wel gold.
8. Op de zitting heeft eiser nog gesteld dat hij in de war werd gebracht door de verkeerssituatie toen ter plaatse en dat hij extra op de verkeersborden heeft gelet. De rechtbank wil aannemen dat eiser in de war is gebracht door de situatie toentertijd. Dit neemt niet weg dat eiser parkeerbelasting is verschuldigd. Het gaat hier namelijk om een objectieve belasting. Dit betekent dat geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden of het niet hebben van opzet of schuld.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geparkeerd in een gebied waar zijn parkeervergunning niet geldig is. Daarom had hij bij aanvang van het parkeren parkeergeld moeten betalen. Omdat hij dit niet gedaan heeft is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk heeft.
11. De heffingsambtenaar hoeft het door eiser betaalde griffierecht niet te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F. Kuiken, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.M. Dost, griffier, op 7 april 2023.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.