Bestuursrecht overig
PKV (8:75a Awb). Richtsnoer proceskosten. Wegingsfactor pkv. In beginsel wordt factor 0,5 gehanteerd. Daar…
Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:3962 · Rechtbank Amsterdam · 2 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2024-3962
Zaakgegevens
Op 2 februari 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2024
- Datum publicatie
- 3 juli 2024
- Zaaknummer
- AMS 22/281
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:3962
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PKV (8:75a Awb). Richtsnoer proceskosten. Wegingsfactor pkv. In beginsel wordt factor 0,5 gehanteerd. Daar kan van worden afgeweken. Eisers verwijzing naar oudere jurisprudentie, gepubliceerd vóór het Richtsnoer, waarin meerdere geschilpunten aan de orde waren, gaat in dit geval niet op: in casu één geschilpunt.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/281
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Sintjohannesga, eiser,
(gemachtigde: mr. J. van Gemert),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 18 januari 2022 een beroepschrift ontvangen dat is gericht tegen verweerders uitspraak op bezwaar van 13 december 2021 (de bestreden uitspraak).
Op 27 juni 2022 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 11 juli 2022 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft op 12 oktober 2023 op het verweerschrift gereageerd.
Overwegingen
1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep. De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is voor een deel kennelijk gegrond en voor een deel kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank stelt vast dat eiser het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiser is tegemoetgekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten erkend en gesteld dat deze op factor 0,5 gesteld moet worden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op € 437,50 als kosten van verleende rechtsbijstand. Omdat uitsluitend de schending van de hoorplicht aan de orde is geweest bepaalt en omdat het beroep is gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting of tegen een wielklembeschikking stelt de rechtbank de wegingsfactor op 0,5. De rechtbank is het met eiser eens dat uit de woorden “in beginsel“ in het Richtsnoer kan worden opgemaakt dat in voorkomende gevallen kan worden afgeweken van factor 0,5. Hetgeen eiser heeft aangevoerd in deze zaak is onvoldoende om een hogere factor aan te nemen. Het Richtsnoer is gepubliceerd nadat alle gerechtshoven overeenstemming hebben bereikt over de inhoud ervan. Eiser heeft verwezen naar jurisprudentie uit 2020. Deze uitspraak is echter van vóór de publicatie van het Richtsnoer.
3. Verweerder dient aan eiser het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in beroep tot een bedrag van
€ 437,50; -
wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten voor het overige af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
2 februari 2024
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B