Bestuursrecht overig
bnt, ingebrekestelling prematuur.
Rechtbank Amsterdam, 19 december 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:8865 · Rechtbank Amsterdam · 19 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2024-8865
Zaakgegevens
Op 19 december 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 december 2024
- Datum publicatie
- 3 juni 2025
- Zaaknummer
- AMS 24/3947
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:8865
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bnt, ingebrekestelling prematuur.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/3947
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
en
de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, verweerder
(gemachtigde: mr. H.C.E. de Kiefte).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 8 juni 2024.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep
niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn, rekening houdend met de opschorting daarvan voor het vragen van zienswijzen, op 5 augustus 2024. Eiser heeft verweerder op 25 juni 2024 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen.
4. Verweerder heeft op 5 augustus 2024 op de aanvraag beslist. Eiser heeft de rechtbank laten weten dat hij tegen dat besluit al bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank hoeft de brief van eiser van 18 september 2024 daarom niet aan verweerder door te sturen om die als bezwaarschrift te behandelen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Ruijgrok, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op:.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.