Bestuursrecht overig

Beroep ongegrond. Woo. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat het verzoek van eiser geen verzoek in de…

Rechtbank Amsterdam, 21 februari 2025

Zaakgegevens

Op 21 februari 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
21 februari 2025
Datum publicatie
26 februari 2025
Zaaknummer
24/4009
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:1207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep ongegrond. Woo. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat het verzoek van eiser geen verzoek in de zin van de Woo is. Verweerder heeft artikel 4.7 van de Woo niet geschonden.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 2 september 2021

    ECLI:NL:RBROT:2021:8484
  2. Rechtbank Rotterdam · 2 augustus 2022

    ECLI:NL:RBROT:2022:12293
  3. Rechtbank Rotterdam · 18 oktober 2022

    ECLI:NL:RBROT:2022:8598
  4. Rechtbank Den Haag · 4 april 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:4656
  5. Rechtbank Rotterdam · 3 mei 2023

    ECLI:NL:RBROT:2023:4625
  6. Rechtbank Rotterdam · 9 mei 2023

    ECLI:NL:RBROT:2023:4467
  7. Rechtbank Midden-Nederland · 3 juli 2023

    ECLI:NL:RBMNE:2023:4672
  8. Rechtbank Midden-Nederland · 5 januari 2024

    ECLI:NL:RBMNE:2024:140
  9. Rechtbank Rotterdam · 22 januari 2024

    ECLI:NL:RBROT:2024:267
  10. Rechtbank Midden-Nederland · 25 juni 2024

    ECLI:NL:RBMNE:2024:5516
  11. Rechtbank Amsterdam · 21 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RBAMS:2025:1207

  12. Raad van State · 23 juli 2025

    ECLI:NL:RVS:2025:3447

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/4009


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen


[eiser] uit Zwijndrecht, eiser

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. S.A. de Wied en mr. M. Kaptein).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn verzoek op grond van de Woo door verweerder.

2. Met het besluit van 24 april 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser op grond van de Woo niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

3. Met het besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

5. De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van verweerder deelgenomen. Eiser heeft zich afgemeld.

Beoordeling door de rechtbank

6. Eiser is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.

7. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden het Woo-verzoek van eiser niet in behandeling heeft genomen.

Is er sprake van een verzoek in de zin van de Woo?

8. Eiser heeft verweerder verzocht om openbaarmaking van informatie over journalist [naam 1] en diens rechtspersonen. Daarbij gaat het volgens eiser met name om (on)veiligheidskwesties en het lastigvallen van mensen.

9. Eenieder kan een bestuursorgaan verzoeken om publieke informatie. Publieke informatie is informatie, neergelegd in documenten, die berusten bij een bestuursorgaan of informatie die door een bestuursorgaan kan worden gevorderd.

10. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van eiser geen verzoek in de zin van de Woo is. Nog los van de vraag of de door eiser verzochte informatie bij verweerder berust of door verweerder kan worden gevorderd, heeft deze informatie betrekking op de natuurlijke persoon [naam 1] en diens rechtspersonen, welke geen van allen een publieke taak hebben. Eiser heeft dus niet om publieke informatie verzocht. Verweerder heeft daarmee terecht geconcludeerd dat het verzoek van eiser geen verzoek in de zin van de Woo is.

Heeft verweerder artikel 4.7 van de Woo geschonden?

11. Artikel 4.7 van de Woo bepaalt dat het betreffende bestuursorgaan één of meerdere contactpersonen aanwijst om vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie te beantwoorden.

12. Eiser stelt dat verweerder niet met hem in gesprek is gegaan, terwijl hij hiertoe op grond van artikel 4.7 van de Woo verplicht is.

12. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan de op hem op grond van artikel 4.7 van de Woo rustende verplichting heeft voldaan. Er heeft namelijk steeds contact plaatsgevonden tussen eiser en de Woo-coördinator [naam 2] .

12. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie

15. Het beroep is ongegrond. Voor een vergoeding van proceskosten, wat daar ook van zij, is bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.C.A. Olsen, griffier.

De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Wet open overheid. Artikel 4.1, eerste lid, van de Woo. Artikel 2.1 en 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woo.