Bestuursrecht overig

Wahv. Kantonrechter constateert dat de gedraging is verricht en dat er geen aanleiding is voor matiging van…

Rechtbank Amsterdam, 29 september 2026

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
16 oktober 2026
Zaaknummer
12300917 WM VERZ 26-7981
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:10218
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Kantonrechter constateert dat de gedraging is verricht en dat er geen aanleiding is voor matiging van de boete. Betrokkene beroept zich op omstandigheden die niet bij staandehouding of de officier van justitie naar voren zijn gebracht. Dat de omstandigheden een rol hebben gespeeld bij de gedraging acht de kantonrechter dan ook niet geloofwaardig.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

kantonrechter: mr. B. Brokkaar

zaaknummer: 12300917 WM VERZ 26-7981

beslissing van: 29 september 2026

func.: 65005

Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 29 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]

verder: betrokkene

welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 10 april 2026 en is gericht tegen de beslissing van 7 april 2026 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 11 januari 2026 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene is tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 29 september 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.

Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.

Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met een motorvoertuig, waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, 20 km per uur harder is gereden dan mag binnen de bebouwde kom terwijl 30 km per uur is toegestaan (verkeersbord A1). De gedraging is geconstateerd op 31 december 2025 om 17:51 uur op de Churchill-laan in Amsterdam.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.

3. Betrokkene voert tegen de beslissing van verweerder aan dat er tijdens de bewuste rit sprake was van een noodtoestand. Het incident vond plaats op 31 december 2025 en er was toen veel onrust op straat. Er waren rellen, brandjes en er werd gevaarlijk vuurwerk direct op voorbijrijdende auto’s gericht. Betrokkene bevond zich in een uiterst onveilige situatie. Voor zijn veiligheid was betrokkene gedwongen om direct weg te rijden. Hiervoor moest hij de trambaan/busbaan gebruiken, en de maximumsnelheid overschrijden. Om deze reden heeft hij op hetzelfde moment twee beschikkingen gekregen. Betrokkene verzoekt de sancties te vernietigen vanwege de uitzonderlijke omstandigheden.

4. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep ongegrond is.

5. Het volgende wordt overwogen.

6. Betrokkene heeft niet ontkend dat de gedraging is verricht. Bewijs dat betrokkene de gedraging heeft verricht blijkt verder uit de verklaring van de verbalisant, die is opgenomen in het zaakoverzicht van het CVOM.

7. Gelet op het voorgaande staat vast dat betrokkene de gedraging heeft verricht, zodat geen aanleiding is te oordelen dat de sanctie ten onrechte aan betrokkene is opgelegd. De aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding tot matiging. Deze omstandigheden zijn pas voor het eerst naar voren gebracht tijdens het beroep en niet, zoals voor de hand had gelegen, tijdens de staandehouding door de verbalisant en het administratief beroep. Dat de omstandigheden een rol hebben gespeeld bij de gedraging acht de kantonrechter dan ook niet geloofwaardig.

8. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

- verklaart het beroep ongegrond.

De griffier De kantonrechter

Datum verzending

[afbeelding niet beschikbaar]

Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.