Bestuursrecht overig
Wahv; beroep niet-ontvankelijk; geen zekerheid gesteld en geen op de persoon van de betrokkene toegespitst…
Rechtbank Amsterdam, 29 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10229 · Rechtbank Amsterdam · 29 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-10229
Zaakgegevens
Op 29 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 september 2026
- Datum publicatie
- 16 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12048333 WM VERZ 26-503
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10229
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv; beroep niet-ontvankelijk; geen zekerheid gesteld en geen op de persoon van de betrokkene toegespitst draagkrachtverweer gevoerd; verwijzing naar ECLI:NL:GHARL:2026;5494.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. B. Brokkaar
zaaknummer: 12048333 WM VERZ 26-503
beslissing van: 29 september 2026
func.: 65005
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 29 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[betrokkene]
[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 27 februari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 28 februari 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats], Ethiopië op [geboortedag] 1984.
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beschikking van 8 januari 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 29 september 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Allereerst dient beoordeeld te worden of betrokkene kan worden ontvangen in het beroep bij de kantonrechter.
2. Bij brieven van 27 februari 2025 en 17 maart 2025 is betrokkene in de onderhavige zaak op de verplichting tot het betalen van zekerheid gewezen. Bij beide brieven is betrokkene er tevens op gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de zekerheid niet wordt voldaan.
3. Ter zitting is geconstateerd dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld.
4. Bij het beroepschrift zijn geen stukken met betrekking tot de financiële situatie van betrokkene overgelegd. Betrokkene heeft haar stelling dat zij niet in staat is om het gestelde bedrag aan zekerheid te betalen, daarmee onvoldoende onderbouwd.
5. De kantonrechter overweegt dat het hof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 28 augustus 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:5494) heeft bepaald dat strengere eisen mogen worden gesteld aan de onderbouwing van een draagkrachtverweer. Met dit arrest wijzigt het hof eerder gevormde rechtspraak op dit punt (zie arresten van 30 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8877 en 16 september 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5826).
6. Het behandelde ter zitting heeft niet ertoe geleid dat alsnog een op de persoon van betrokkene toegespitst draagkracht verweer is gevoerd. De kantonrechter zal het beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Dit brengt met zich dat de kantonrechter aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep niet toe komt.
BESLISSING
De kantonrechter:
- verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.