Civiel recht overig

Rechtbank Amsterdam · Bodemzaak · Civiel recht overig

Rechtbank Amsterdam, 15 september 2023

Zaakgegevens

Op 15 september 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 september 2023
Datum publicatie
18 september 2023
Zaaknummer
10466932 \ CV EXPL 23-5853
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:5797
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

borgtochtovereenkomst

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10466932 \ CV EXPL 23-5853

Vonnis van 15 september 2023

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPEAN MERCHANT FINANCE B.V.,

gevestigd te Epse,

eisende partij,

hierna te noemen: EMF,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. P.P. Klokkers.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 april 2023, met producties,

- de conclusie van antwoord,

- het tussenvonnis van 6 juni 2023, waarin is bepaald dat schriftelijk zal worden voortgeprocedeerd,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

EMF en de besloten vennootschap Visspecialist Brussée B.V. (hierna: Brussée) hebben op 12 januari 2023 een overeenkomst gesloten met als titel ‘PIN Voorschotovereenkomst’ (hierna: voorschotovereenkomst). Op grond van deze overeenkomst heeft Brussée een bedrag van € 11.500,00 van EMF ontvangen. Over de terugbetaling van dit bedrag is afgesproken dat deze plaatsvindt door inhouding van 22% op alle pintransacties van klanten van Brussée.

2.2.

[gedaagde] heeft zich tot borg gesteld voor een bedrag van maximaal € 11.500,00 tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen die Brussée met de voorschotovereenkomst is aangegaan (hierna: de borgtochtovereenkomst).

2.3.

Brussée is met haar onderneming gestopt. Op 23 februari 2023 heeft EMF de voorschotovereenkomst beëindigd en het gehele restant van het kredietsaldo vervroegd bij Brussée opgeëist op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden. EMF heeft daarbij medegedeeld dat het af te lossen totaalbedrag € 9.536,41 bedraagt.

2.4.

Op 13 maart 2023 heeft EMF [gedaagde] gesommeerd tot betaling van € 9.536,41 op grond van de borgtochtovereenkomst.

3 Het geschil

3.1.

EMF vordert, samengevat, dat de kantonrechter [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van:

  1. € 10.567,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 9.536,41 vanaf de dag van dagvaarden tot aan de dag der voldoening,

  2. de kosten van deze procedure.

3.2.

EMF legt aan haar vordering ten grondslag dat Brussée op grond van de voorschotovereenkomst nog een bedrag van € 9.536,41 verschuldigd was en dat [gedaagde] op grond van de borgtochtovereenkomst gehouden is dit bedrag aan EMF te betalen. Ook vordert EMF een bedrag van € 1.030,70 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] voert kort gezegd aan dat EMF de hoofdsom onvoldoende heeft onderbouwd en daarmee niet heeft voldaan aan haar stelplicht.

4.2.

In reactie op het standpunt van [gedaagde] heeft EMF bij de conclusie van repliek een overzicht van betalingen overgelegd. Het overzicht vermeldt een bedrag van € 1.963,59 dat in januari en februari 2023 aan betalingen is ontvangen en een openstaand bedrag van € 9.536,41. Ook heeft EMF de maandoverzichten van januari en februari 2023 overgelegd die zij per e-mail aan [gedaagde] (als bestuurder van Brussée) heeft verstuurd.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat EMF haar vordering hiermee voldoende heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft de juistheid van de overzichten niet betwist. Daarom wordt aangenomen dat het klopt dat het restant van het kredietsaldo € 9.536,41 is. Dat EMF niet met stukken heeft onderbouwd dat zij een voorschot heeft betaald, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. [gedaagde] heeft namelijk niet betwist dat Brussée op grond van de voorschotovereenkomst een bedrag van € 11.500,00 heeft ontvangen. Daarom staat dit als onweersproken vast en was een nadere onderbouwing van deze stelling niet nodig.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] op grond van de borgtochtovereenkomst kan worden aangesproken tot betaling van het restant van het kredietsaldo. [gedaagde] wordt daarom tot betaling van het gevorderde bedrag veroordeeld.

4.5.

EMF vordert wettelijke handelsrente over het bedrag van € 9.536,41. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van deze rente op zichzelf niet betwist. De kantonrechter wijst de gevorderde wettelijke handelsrente daarom toe.

4.6.

EMF vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. EMF heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom heeft zij recht op een vergoeding voor kosten van die werkzaamheden. De gevorderde vergoeding komt overeen met het tarief dat in het Besluit is bepaald. [gedaagde] voert aan dat de buitengerechtelijke incassokosten moeten worden gematigd, omdat EMF slechts één sommatie heeft geschreven. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding voor matiging, omdat niet vereist is dat EMF hierna nog meer incassowerkzaamheden heeft verricht. Het bedrag van € 1.030,70 wordt daarom toegewezen.

4.7.

Hieruit volgt dat [gedaagde] in totaal wordt veroordeeld om een bedrag van € 10.567,11 te betalen (9.536,41 aan hoofdsom plus € 1.030,70 aan buitengerechtelijke incassokosten).

4.8.

[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van EMF als volgt vastgesteld:

- kosten van de dagvaarding

€

130,49

- griffierecht

€

514,00

- salaris gemachtigde

€

792,00

(2,00 punten × € 396,00)

Totaal

€

1.436,49

4.9.

Ook wordt [gedaagde] veroordeeld in de nakosten. Dit zijn kosten die standaard worden toegewezen aan de partij die in het gelijk is gesteld, als vergoeding voor kosten die ontstaan na het wijzen van dit vonnis. Onder de beslissing staat om welke bedrag het gaat.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan EMF te betalen een bedrag van € 10.567,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 9.563,41, met ingang van 12 april 2023, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van EMF tot dit vonnis vastgesteld op € 1.436,49,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00 aan salaris gemachtigde,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Singeling, kantonrechter, bijgestaan door mr. C.C.H. Hersbach, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.

Zie HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405.