Civiel recht overig

Vordering tot betaling van facturen; advertentiewerkzaamheden; niet is komen vast te staan dat tussen…

Rechtbank Oost-Brabant, 8 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Datum publicatie
19 oktober 2026
Zaaknummer
K/4802/12020277
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:7417
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering tot betaling van facturen; advertentiewerkzaamheden; niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen; volgens gedaagden is sprake van oplichting en fraude.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 12020277 \ CV EXPL 25-7373

Vonnis van 8 oktober 2026

in de zaak van

STAD EN STREEK RECLAMEMAKERS B.V., MEDE H.O.D.N. BEDRIJVENCONTACTPAGINA, VOORHEEN GENAAMD BAKKER MEDIA GROEP B.V., MEDE H.O.D.N. COOLDOWNKIDS EN BEDRIJFSSPEURDERS.NL,

gevestigd in Zwolle,

eiseres,

hierna te noemen: Stad en Streek,

gemachtigde: H.G. Zeiger Gerechtsdeurwaarder,

tegen

1 V.O.F. [gedaagde 1] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,
2. [gedaagde 2],

vennoot van gedaagde sub 1,

wonend in [woonplaats] ,
3. [gedaagde 3],

vennoot van gedaagde sub 1,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagden,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

gemachtigde: [A ] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 december 2025 met 3 bijlagen,
- de conclusie van antwoord (genaamd ‘verweerschrift’ met (ongenummerde) bijlagen,

- het schriftelijke verweer van 18 december 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de uitnodiging voor de mondelinge behandeling van 21 september 2026,

- de e-mail van (de gemachtigde van) [gedaagden] waarin is gevraagd om de zaken met de zaaknummer 12045242, 11969029 en 12020277 gelijktijdig te behandelen,

- de e-mail van de rechtbank aan (de gemachtigden van) partijen waarin is meegedeeld dat de zaken met de zaaknummers 11969029 en 12045242 gelijktijdig (doch niet gevoegd) zullen worden behandeld.

1.2.

Op 21 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Stad en Streek is, hoewel zij goed is opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen. Namens [gedaagden] zijn [gedaagde 2] en [gedaagde 3] verschenen. De gemachtigde van [gedaagden] was, vanwege persoonlijke omstandigheden, niet bij de mondelinge behandeling aanwezig.

1.3.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is meegedeeld dat uiterlijk op 22 oktober 2026 of zoveel eerder als mogelijk het vonnis zal worden gewezen.

2 De vordering en het verweer

2.1.

Stad en Streek vordert dat de kantonrechter [gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om aan haar te betalen, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander(en) zullen zijn bevrijd, het bedrag van € 2.292,01, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.899,70 vanaf dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, kosten rechtens, waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van Stad en Streek.

2.2.

Stad en Streek legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen partijen een of meerdere zakelijke overeenkomst(en) van opdracht zijn aangegaan. Op grond van deze overeenkomst(en) heeft Stad en Streek (onder bijlevering van materiaal) diverse diensten verleend of laten verlenen en/of diverse werkzaamheden verricht of laten verrichten. Uit hoofde van deze overeenkomst(en) heeft Stad en Streek van [gedaagden] een bedrag van € 1.899,70 te vorderen. Dit bedrag is per factuur van 5 juni 2025 aan [gedaagden] in rekening gebracht door Bedrijfsspeurders.nl, zijnde een handelsnaam van Stad en Streek. Verder maakt Stad en Streek aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 284,96 en de wettelijke rente, die tot 8 december 2025 € 107,35 bedraagt.

2.3.

[gedaagden] voert verweer. Zij voert aan dat geen opdracht is verstrekt, dat de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd en dat geen overeenkomst tot stand is gekomen omdat geen sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan. Voor het geval wel een overeenkomst tot stand is gekomen, stelt [gedaagden] dat Stad en Streek in schuldeisersverzuim verkeert omdat zij niet kan aantonen en heeft aangetoond dat de actie ook daadwerkelijk is uitgevoerd, nu geen enkel verslag is gegeven van wie, wat, waar en hoe de actie verder is uitgevoerd. Verder doet [gedaagden] , voor zover nodig, een beroep op dwaling dan wel misbruik van omstandigheden.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

Vooraf

3.1.

Door Stad en Streek is in de dagvaarding gesteld dat tussen partijen (een) zakelijke overeenkomst(en) tot stand is gekomen en dat zij op grond van die overeenkomst(en) diverse diensten verleend of laten verlenen en/of diverse werkzaamheden verricht of laten verrichten. De kantonrechter is van oordeel dat de inhoud van de dagvaarding zo summier is dat daaruit niet valt op te maken wat aan [gedaagden] is aangeboden en wat door [gedaagden] aanvaard zou zijn. In de dagvaarding is gebruik gemaakt van een generieke tekst waaruit niet blijkt wat de gestelde overeenkomst inhoudt, waarover wilsovereenstemming zou zijn bereikt of hoe de gestelde wilsovereenstemming tot stand zou zijn gekomen. Hierdoor is artikel 21 Rv door [eiseres] geschonden. Dit artikel bepaalt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht. Gelet op het verweer dat door [gedaagden] is gevoerd, zal de kantonrechter toch inhoudelijk beoordelen of er een overeenkomst tot stand is gekomen.

Inhoudelijk

3.2.

[gedaagden] betwist dat tussen haar en Stad en Streek een overeenkomst tot stand is gekomen. Ook betwist zij dat zij enige opdracht aan Stad en Streek heeft verstrekt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagden] toegelicht dat zij al geruime tijd spookfacturen ontvangt van een groot aantal ondernemingen die gelinkt (lijken te) zijn aan Stad en Streek. Zij heeft voorts verklaard dat zij regelmatig telefonisch wordt benaderd om te adverteren in bijvoorbeeld de Gouden Gids en wordt verzocht om goede doelen te sponsoren. Zij herinnert zich dat zij benaderd is met het verzoek om kinderen met kanker te helpen waarbij gerefereerd zou zijn aan een organisatie genaamd ‘ [naam organisatie] ’. Het zou gaan om een bijdrage voor zieke kinderen die graag naar de Efteling willen gaan. Een andere keer is zij benaderd voor een soortgelijk goed doel, maar daarbij zou het gaan om een bezoek van zieke kinderen aan een ander pretpark. Voorts heeft [gedaagden] verklaard dat de facturen waar in deze procedure betaling van wordt gevorderd eveneens spookfacturen betreffen en dat deze zien op opdrachten die nooit verstrekt zijn en waar geen enkele prestatie tegenover heeft gestaan. [gedaagden] geeft aan dat sprake is van oplichting en fraude. Zij heeft verwezen naar het televisieprogramma ‘Radar’ waarin de oplichtingspraktijken van de persoon achter Stad en Streek (en achter soortgelijke B.V.’s), genaamd [B] , aan de orde zijn gekomen. Steeds lijkt gebruik te worden gemaakt van andere websites en andere bedrijfsnamen. De conclusie van Radar was, aldus [gedaagden] , dat kopieën worden gemaakt van bestaande advertenties van ondernemingen op andere websites en dat die advertenties worden gekopieerd en gratis (her)plaatsing hiervan wordt aangeboden. Vervolgens worden er facturen aan de betreffende ondernemingen gestuurd.

3.3.

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 6:217 BW een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding daarvan. Zowel het doen van een aanbod als het aanvaarden daarvan zijn rechtshandelingen waarvoor op grond van 3:33 BW een op het rechtsgevolg gerichte wil vereist is die zich door een verklaring heeft geopenbaard.

3.4.

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Niet is gebleken van enige wilsovereenstemming op grond waarvan enig bedrag verschuldigd is. Door Stad en Streek is weliswaar gesteld dat sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan, maar die stelling is gemotiveerd door [gedaagden] betwist en op geen enkele wijze door Stad en Streek onderbouwd. Zoals hiervoor in r.o. 3.1 reeds is overwogen, is door Stad en Streek in de dagvaarding niet gesteld welk aanbod zij aan [gedaagden] heeft gedaan noch is gesteld op welke wijze dat aanbod dan zou zijn aanvaard. Nu Stad en Streek ook niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft zij dit ook niet nader toegelicht.

3.5.

Het enkele feit dat door Stad en Streek bij dagvaarding producties over zijn gelegd waarop een formulier te zien is met onder meer de tekst: “(…) Hierbij treft u de vermelding aan. Wij willen u verzoeken dit formulier goed te controleren. Mochten er om wat voor reden dan ook onduidelijkheden ontstaan, verzoeken wij u contact met ons op te nemen. (…)” en onder het kopje “Medium bedrijfsspeurders.com” staat, maakt de conclusie van de kantonrechter niet anders. Dan nog steeds geldt immers dat door Stad en Streek niet is gesteld welk aanbod zij aan [gedaagden] heeft gedaan. Daar komt nog bij dat op het ‘plaatsingsformulier’ is te lezen: “Wanneer alles conform afspraak en wens is, graag dit plaatsingsfomulier ten bewijze van akkoord binnen 8 dagen aan ons te sturen”. Niet is gesteld en nergens blijkt uit dat [gedaagden] binnen 8 dagen na ontvangst van het plaatsingsformulier aan Stad en Streek heeft geretourneerd.

3.6.

Daarnaast merkt de kantonrechter op dat op het ‘plaatsingsformulier’ staat vermeld dat het zou gaan om een vermelding op bedrijfsspeurders.com en dat, nadat de kantonrechter, zowel voorafgaand aan als tijdens de mondelinge behandeling, heeft getracht deze website te raadplegen, is gebleken dat die website niet bestaat c.q. niet actief is.

3.7.

Nu geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, is [gedaagden] niet gehouden tot betaling van het op de factuur van 5 juni 2025 genoemde bedrag. Daarom wijst de kantonrechter de vorderingen van Stad en Streek af. Dat geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de daarover (en over de hoofdsom) gevorderde rente.

Proceskosten

3.8.

Stad en Streek is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

217,00

(1 punt × € 217,00)

- nakosten

€

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

325,50.

3.9.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.10.

Voor zover door [gedaagden] is bedoeld om de werkelijke proceskosten te vorderen, heeft zij niet gesteld noch onderbouwd welke kosten zij heeft moeten maken voor het voeren van verweer in deze procedure. Reeds daarom is deze vordering niet toewijsbaar.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vorderingen van Stad en Streek af,

4.2.

veroordeelt Stad en Streek in de proceskosten van € 325,50, te vermeerderen met de kosten van betekening als Stad en Streek niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3.

veroordeelt Stad en Streek tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Xanthopoulos, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J.A. Donkersloot op 8 oktober 2026.