Verbintenissenrecht

Effectenlease - eindvonnis na getuigenverhoor - vernietiging op grond van 1:88 jo 1:89 BW was verjaard

Rechtbank Amsterdam, 15 december 2022

Zaakgegevens

Op 15 december 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 december 2022
Datum publicatie
22 december 2023
Zaaknummer
9104874 EL 21-36
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:8733
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Effectenlease - eindvonnis na getuigenverhoor - vernietiging op grond van 1:88 jo 1:89 BW was verjaard

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer 9104874 EL 21-36

vonnis van de kantonrechter van 15 december 2022

in de zaak van

[eiseres]

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

tegen

de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.

Partijen worden hierna [eiseres] en Dexia genoemd.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 16 september 2021;

  • het proces-verbaal van getuigenverhoor van 12 juli 2022;

  • de conclusie na enquête van Dexia, met producties;

  • de conclusie na enquête van [eiseres] .

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De verder beoordeling in conventie en in reconventie

2.1.

De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in voornoemd tussenvonnis.

2.2.

Bij dat tussenvonnis is [eiseres] in de gelegenheid gesteld om tegen het bewijsvermoeden dat [naam 1] onder meer door kennisname van één of meer bankafschriften ten aanzien van de leaseovereenkomst meer dan drie jaar vóór 13 maart 2003 kennis heeft gekregen van het bestaan van de leaseovereenkomst, tegenbewijs te leveren.

2.3.

In dat kader zijn als getuigen gehoord [eiseres] en [naam 1] . Voorafgaand aan het getuigenverhoor hebben [eiseres] en [naam 1] telefonisch de vragen als geformuleerd in het tussenvonnis van 16 september 2021 beantwoord aan de gemachtigde van [eiseres] , waarvan deze schriftelijke verklaringen heeft opgesteld. Deze verklaringen zijn op 12 juli 2022, ter gelegenheid van het getuigenverhoor, ondertekend.

[eiseres] heeft verklaard als volgt:

“ a. Ten tijde van het aangaan van het contract was is 43 jaar oud. Ik ben sinds 1976 gehuwd en samen hebben wij twee jongens, geboren in 1976 en 1984. Mijn man en ik hadden een eigen bedrijf in de orthopedisch schoentechniek. Ik deed de administratie en mijn man verantwoordelijk voor de praktijk.

b. In 1998 kreeg ik een formulier thuisgestuurd waarna ik met een medewerker van Dexia heb gesproken. Het contract heb ik zonder overleg met mijn man afgesloten, omdat ik hem op een op een later moment wilde verrassen met een financiële bijdrage voor onze familieleden.

c. De inleg betaalde ik van het inkomen en dit werd van een gezamenlijke rekening van Postbank afgeschreven.

d. In een televisieprogramma, volgens mij Radar, werd over de Dexia producten gesproken. Toen werd duidelijk dat er problemen waren ontstaan met de contracten. Dit was het moment dat ik mijn man voor het eerst vertelde over het contract. Ik moest bekennen dat ik in 1998 twee extra contracten had afgesloten. Mijn man reageerde geschrokken, maar hij vond het ook een mooi gebaar dat ik onze familie wilde helpen.

e. Wij hadden een gezamenlijke rekening bij de Postbank en daar hadden wij beiden een bankpas van. De rekening werd voor alle privé-uitgaven gebruikt. Daarnaast was er een zakelijke rekening voor het eigen bedrijf.

f. Wij hadden allebei inkomsten uit de onderneming. Ik zorgde ervoor dat ons salaris vanuit de besloten vennootschap naar onze gezamenlijke rekening werd overgemaakt.

g. De financiële administratie werd door mij verzorgd. De bankafschriften werden door mij opengemaakt, bekeken en opgeborgen in een map.

h. Ik deed de boodschappen, kocht mijn kleding en betaalde lopende abonnementen. Mijn man gebruikte nauwelijks de rekening van de Postbank. In deze periode deden wij de meeste huishoudelijke uitgaven met contant geld.

i. Ik opende de post en de bankafschriften van onze gezamenlijke rekening. Mijn man was altijd later thuis, dus de post had ik al verwerkt voordat hij thuis was. De bankafschriften werden niet door mijn man bekeken en ik heb dan ook nooit een vraag gekregen over een betaling aan of van Dexia.

j. De belastingaangifte werd door een boekhouder verzorgd. Ik verzamelde de benodigde stukken. Ik keek deingevulde aangifte altijd door. Mijn man ondertekende de aangifte blindelings.

k. Wij hebben in 2000 een hypothecaire lening afgesloten. De contracten zijn toen niet ter sprake gekomen.

l. Volgens mij hebben wij in 1995 een pensioenvoorziening afgesloten. In die periode hebben wij ook onze besloten vennootschap opgericht.

m. Wij spraken vooral over onze zakelijke uitgaven. Deze gesprekken gingen dan over het aannemen van personeel en over de aankoop van nieuwe van machines.

Bovenstaande antwoorden, op vragen van uw rechtbank, heb ik volledig naar waarheid en voor zover ik mij kan herinneren gegeven. Ik heb de antwoorden gegeven buiten aanwezigheid van de ander. Deze verklaring is telefonisch opgesteld met de heer [naam 2] van Leaseproces op 28 juni 2022.”

2.4.

[naam 1] heeft verklaard als volgt:

“a. In 1998 werd ik 46 jaar oud. Ik ben getrouwd en samen hebben wij twee zoons. Ik had een orthopedische schoenmakerij. Daar hield ik mij bezig met de technische uitvoering en de medische organisatie. Mijn vrouw was chef van de administratie.

b. Ik weet niet op welke wijze het contract tot stand is gekomen. Ik heb mij daar later eigenlijk ook niet in verdiept.

c. Daar weet ik niets vanaf. Ik was voortdurend bezig met de orthopedie en mijn vrouw was verantwoordelijk voor de financiën.

d. Naar aanleiding van het televisieprogramma Radar vertelde mijn vrouw voor het eerst over het contract. Ik was zakelijk wel tegenvallers gewend, maar dit was toch shockerend. Ik kan mij ook herinneren dat de Telegraafaandacht besteedde aan de Dexia problemen. Mijn vrouw gaf een verklaring waarom zij het afsluiten van het contract niet met mij had besproken. Zij wilde mij verrassen met extra spaargeld wat ook voor de familie was bedoeld.

e. Wij hadden een gezamenlijke rekening bij de Postbank die door mijn vrouw werd beheerd. Ik gebruikte deze rekening eigenlijk niet, want mijn vrouw zorgde voor voldoende contant geld in de portemonnee. De rekening werd voor alle uitgaven gebruikt.

f. Wij hadden beiden inkomsten uit de onderneming. Mijn vrouw verzorgde de financiën en daarmee ook voor ons salaris.

g. Mijn vrouw is de chef van de administratie. Ik had daar geen enkele bemoeienis mee. Zij zorgde voor alle betalingen en hield de afschrijvingen bij.

h. Ik deed de meeste privébetalingen met contant geld. Mijn vrouw zorgde voor voldoende geld in mijn portemonnee zodat ik kleinere uitgaven kon doen. Alle andere betalingen deed mijn vrouw.

i. Als ik thuiskwam had mijn vrouw de post al verwerkt. De bankafschriften werden door haar opgeborgen in een ordner. Ik heb nooit een betaling aan of van Dexia gezien.

j. Mijn vrouw deed de belastingaangifte samen met een accountantskantoor. Deze zaken werden tussen hen besproken. Ik tekende de ingevulde aangifte altijd blindelings en op goed vertrouwen.

k. Bij de hypotheekaanvraag in 2000 zijn de contracten niet aan de orde gekomen.

l. Bij de oprichting van onze besloten vennootschap hebben wij volgens mij een lijfrentepolis bij NN afgesloten.

m. Mijn vrouw en ik spraken over de aankoop van een nieuwe kast, bank of auto. Dan gingen we dat samen in de winkel uitzoeken. De financiën werden dan niet doorgenomen, daar was mijn vrouw van op de hoogte.

Bovenstaande antwoorden, op vragen van uw rechtbank, heb ik volledig naar waarheid en voor zover ik mij kan herinneren gegeven. Ik heb de antwoorden gegeven buiten aanwezigheid van de ander. Deze verklaring is telefonisch opgesteld met de heer [naam 2] van Leaseproces op 28 juni 2022.”

2.5.

Ter gelegenheid van het getuigenverhoor door de kantonrechter heeft [eiseres] als volgt verklaard:

“U houdt mij mijn schriftelijke verklaring d.d. 28 juni 2022 voor, ik blijf bij deze verklaring

en zal deze ondertekenen ter zitting.

Ik doe thuis de algehele administratie. In 1997 heb ik samen met mijn man twee producten

afgenomen van Legio Lease. We hadden elk één product op onze eigen naam gezet. Ik heb

dat toen wel samen met mijn man besproken, het ging om een eenmalige inleg.

In 1998 werd ik telefonisch benaderd om weer een product af te nemen van Legio Lease. Ik

had ook veel goede berichten daarover gelezen in de krant. Daarom wilde ik nogmaals met

ze in zee gaan. Ik heb toen twee overeenkomsten genaamd feestplan afgesloten. Eén heb ik

op mijn eigen naam gezet en da ander op naam van mijn man. Dat deed ik omdat wij altijd

alles gelijk delen. Ik heb de overeenkomsten thuis opgestuurd gekregen. Ik heb de mijne

ondertekend. Ik heb de overeenkomst op naam van mijn man in zijn map met zakelijke

stukken gedaan ter ondertekening. Hij heeft deze blind getekend. Daarna heb ik beide

getekend overeenkomsten per post teruggestuurd. Ik weet niet waarom op de overeenkomst

staat dat er te Leiden getekend zou zijn. Misschien is dat standaard voorgedrukt. De

ondertekening vond plaats in [woonplaats] .

Ik heb de overeenkomst afgesloten als verrassing. Ik wilde een potje sparen als

oudedagsvoorziening en ter ondersteuning van mijn broer en van de zus van mijn man. Ik

heb daar geen overleg met mijn man over gehad. Het was immers een verrassing. Over de

financiën besliste ik altijd zelf zonder overleg.

Mr. [naam 2] heeft in eerste instantie geen vragen.

Op vragen van mr. [naam 3] en mr. [naam 4] antwoord ik als volgt:

Ik besprak met mijn man hoe het ging met de zaak, wij hadden het over de drukte en de

spreekuren. Ik maakte per week een staatje van de weekomzet en de uitgevoerde

werkzaamheden. De omzet ging eigenlijk gestaag omhoog.

Ik heb mijn man pas jaren later op de hoogte gebracht van de aangekochte overeenkomsten.

Dat was na publicatie van radar en alle berichten in de kranten. Ik weet niet meer precies

wanneer dat was maar in ieder geval na het jaar 2000. Dat staat mij zo bij omdat dat de

eeuwwisseling was en er een overgang was van gulden naar euro.

Bij onze verhuizing in het jaar 2000 ben ik niet geconfronteerd met een BKR-notering. Ik

wist niet dat wij die hadden.

Ik hoor u zeggen dat Dexia in het bezit is van een bief van mij waarin ik de overeenkomst

op naam van mijn man heb vernietigd, terwijl ik nu verklaar dat ik deze overeenkomst zelf

heb afgesloten. Ik kan daarop zeggen dat ik de vernietigingsbrief heb geschreven op advies

van juristen. Ik heb daar geen verstand van. Ik weet zeker dat ik voor het jaar 2000 nooit

met mijn man heb gesproken over de overeenkomst die hij zelf heeft getekend.

In 1997/1998 was ik op huwelijkse voorwaarden met mijn man getrouwd. Wij hebben dit

nog niet zo lang geleden veranderd toen de zaak stopte en hebben dit toen veranderd in

gemeenschap van goederen.”

2.6.

Waarna [naam 1] , gehoord als getuige, als volgt heeft verklaard:

“U houdt mij mijn schriftelijke verklaring d.d. 28 juni 2022 voor, ik blijf bij deze verklaring

en zal deze ondertekenen ter zitting.

Ik wist dat mijn vrouw en ik in 1997 een product hadden gekocht bij Legio Lease. Ik wist

niet dat mijn vouw dat in 1998 weer had gedaan. Ik ben daar achter gekomen toen wij

samen tv zaten te kijken naar Radar en er berichten in de Telegraaf verschenen. Mijn vrouw

heeft mij toen gezegd dat ze in 1998 weer twee overeenkomsten had gesloten. Ik was

geschokt. Mijn vrouw wilde meer geld produceren en een potje maken voor de toekomst. Zij

heeft de overeenkomst in een stapel met stukken gedaan die ik altijd van haar ter

ondertekening krijg. Ik heb deze overeenkomst blindelings getekend en nergens op gelet. De

naam Feestplan is mij totaal niet opgevallen. p

Mijn vrouw had het als verrassing bedoeld, ze wilde met de opbrengst mijn zus in Oost-

Duitsland en haar eigen broer ondersteunen. Onze financiën lieten op dat moment een

dergelijke maandelijkse last goed toe. Mijn vrouw heeft dat zelf besloten zonder overleg met

mij.

Mr. [naam 2] heeft geen vragen.

Op vragen van mr. [naam 3] en mr. [naam 4] antwoord ik als volgt:

In grote lijnen was ik wel op de hoogte van hoe het met de zaak ging. Ik had een

taakverdeling met mijn vrouw. Zij was chef administratie en financiën, ik deed de

inhoudelijke orthopedische werkzaamheden. Daarmee was ik al overbelast. Ik vertrouwde

mijn vrouw volledig bij de afwikkeling van de administratie en verdiepte mij er ook niet

verder in. Ik kon dat er niet bij hebben.

De omzet van de zaak ging gestaag omhoog in de loop der jaren.

In 1984 zijn wij samen met de zaak begonnen en hebben deze opgebouwd. In het begin was

het moeilijk een salaris voor onszelf eruit te halen maar dat is langzaam gelukt.

Ik wist niet dat wij een BKR-notering hadden. Dat is bij de hypotheekaanvraag niet aan de

orde gekomen.

Ik hoor u zeggen dat er in 2015 door Dexia een procedure tegen mij is gestart. Dat is mij

niet bekend. U houdt mij een conclusie van antwoord voor die namens mij door mr. G. van

Dijk is ingediend, waarin zou staan dat “gedaagde las de inhoud van de contracten wel

door”. Het zegt mij niets. Ik weet niks van een andere procedure.”

2.7.

Gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van [eiseres] en [naam 1] , is [eiseres] er naar het oordeel van de kantonrechter niet in geslaagd het bewijsvermoeden zoals hiervoor onder 2.2. geformuleerd te ontzenuwen. Partijen hebben de afgelopen jaren ten aanzien van de door hen aangegane lease-overeenkomsten wisselende verklaringen afgelegd en daarbij telkens een standpunt ingenomen zoals het voor hun juridische positie op dat moment gunstig was. [eiseres] heeft in haar vernietigingsbrief van 8 december 2005 met betrekking tot de overeenkomst met nummer [nummer 1] (productie 11 conclusie na enquête Dexia) verklaard dat haar onlangs gebleken is dat haar echtgenoot die overeenkomst heeft afgesloten, terwijl zij nu als getuige verklaart dat zij die overeenkomst zelf tegelijkertijd met de thans in het geding zijnde overeenkomst met nummer [nummer 3] heeft afgesloten. [naam 1] heeft in de door Dexia jegens hem aangespannen procedure in 2015 met betrekking tot de lease-overeenkomsten met nummers [nummer 2] en [nummer 1] aangevoerd dat hij die overeenkomsten zelf is aangegaan en na lezing van de tekst van de contracten heeft ondertekend, terwijl hij nu als getuige verklaart dat hij niet wist dat [eiseres] de overeenkomst met nummer [nummer 1] op zijn naam heeft afgesloten en deze blind heeft getekend. [eiseres] heeft voor deze discrepanties in haar conclusie van antwoord geen enkele uitleg gegeven. Nu partijen dergelijke tegenstrijdige standpunten innemen, vervalt de geloofwaardigheid aan hun hele verklaringen.

2.8.

Thans kan aldus niet worden vastgesteld dat het vernietigingsberoep, voor het eerst gedaan bij brief van 8 december 2005, is gedaan binnen de termijn van drie jaar na het moment dat [naam 1] op de hoogte is geraakt van de overeenkomst. Het beroep op vernietiging van de overeenkomst op grond van art. 1:88 jo. 1:89 BW is dan ook verjaard en wordt verworpen.

2.9.

Voor zover [eiseres] zich bij dagvaarding het recht heeft voorbehouden om, bij

wege van vermeerdering van eis, vorderingen tegen Dexia in te stellen voortvloeiende uit de

niet-nakoming van de bijzondere zorgplichten van Dexia voor het aangaan van litigieuze

overeenkomst, wordt geconstateerd dat [eiseres] dit niet heeft gedaan.

2.10.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van [eiseres] wordt afgewezen.

de vorderingen van Dexia

2.11.

Dexia vordert:

- een verklaring voor recht dat de overeenkomsten met nummers [nummer 3] en [nummer 4] rechtsgeldig tot stand gekomen zijn, niet zijn vernietigd en niet blootstaan aan vernietiging op enige grond waarop van de zijde van [eiseres] een beroep kan worden gedaan;

- een verklaring voor recht dat [eiseres] met betrekking tot de overeenkomsten met

nummers [nummer 3] en [nummer 4] niet werd blootgesteld aan het risico op een

onaanvaardbaar zware financiële last;

- een verklaring voor recht dat Dexia niets meer is verschuldigd aan [eiseres] ,

een en ander met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

2.12.

Gelet op de beoordeling in conventie liggen deze vorderingen ten aanzien van de overeenkomst met nummer [nummer 3] voor toewijzing gereed. Tegen de vorderingen ten aanzien van de overeenkomst met nummer [nummer 4] is door [eiseres] geen (steekhoudend) verweer gevoerd, zodat deze ook zullen worden toegewezen.

proceskosten

2.13.

Nu [eiseres] in het ongelijk gesteld wordt, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten, zoals hierna te melden.

2.14.

De kantonrechter zal dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De kantonrechter,

In conventie

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Dexia gevallen, en tot op heden begroot op € 622,50 (2,5 x tarief € 249,00),

In reconventie

3.3.

verklaart voor recht dat de overeenkomsten met nummers [nummer 3] en [nummer 4] rechtsgeldig tot stand gekomen zijn, niet zijn vernietigd en niet blootstaan aan vernietiging op enige grond waarop van de zijde van [eiseres] een beroep kan worden gedaan,

3.4.

verklaart voor recht dat [eiseres] met betrekking tot de overeenkomsten met

nummers [nummer 3] en [nummer 4] niet werd blootgesteld aan het risico op een

onaanvaardbaar zware financiële last,

3.5.

verklaart voor recht dat Dexia niets meer is verschuldigd aan [eiseres] ,

3.6.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Dexia gevallen, en tot op heden begroot op nihil.

In conventie en in reconventie

3.7.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, op 15 december 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Typ: ksf