Verbintenissenrecht
effectenlease, Dexia-aanbod
Rechtbank Amsterdam, 26 februari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7119 · Rechtbank Amsterdam · 26 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbams-2026-7119
Zaakgegevens
Op 26 februari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 februari 2026
- Datum publicatie
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 117797412 CV EXPL 25-9646
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7119
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
effectenlease, Dexia-aanbod
Uitspraak
Vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer 117797412 CV EXPL 25-9646
vonnis van de kantonrechter van 26 februari 2026
in de zaak van
[eiser 1] en
[eiser 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ( [gemeente] ),
eisende partijen,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna [eiser](mannelijk enkelvoud) en Dexia genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 8 juli 2025;
-
de conclusie van antwoord;
-
de conclusie van repliek;
-
de conclusie van dupliek;
-
de akte uitlating producties.
Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.
2
2. De feiten
[eiser] heeft de volgende leaseovereenkomst (verder: de overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia:
|
Nr. |
Contractnr. |
Datum |
Naam overeenkomst |
|
I. |
[nummer] |
15-02-2001 |
Triple Effect |
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
|
Nr. |
Datum eindafrekening |
Resultaat |
Betaald |
|
I. |
23-03-2004 |
- € 14.080,16 |
Ja |
Volgens opgave van Dexia heeft [eiser] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 4.568,40 aan maandtermijnen en een bedrag van € 14.080,16 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [eiser] € 437,80 aan dividenden ontvangen en € 89,63 aan fiscaal voordeel genoten.
De gemachtigde van [eiser], Leaseproces, heeft bij brief van 11 mei 2007 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.
3 De vordering en het verweer
[eiser] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
? voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
? voor recht zal verklaren dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
? Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eiser] van al datgene dat [eiser] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst(en), vermeerderd met de wettelijke rente daarover,
? Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eiser], met rente,
? Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente.
Dexia voert verweer tegen de vorderingen.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
4
4. De beoordeling
Dexia Aanbod
Dexia heeft bij antwoord aangevoerd dat [eiser] akkoord is gegaan met een Dexia Aanbod en dat hij daarmee afstand heeft gedaan van de onderhavige vorderingen. [eiser] heeft vervolgens gemotiveerd gesteld dat hij niet heeft ingestemd met een Dexia Aanbod. Dit is vervolgens door Dexia niet meer betwist zodat het verweer van Dexia met betrekking tot het Dexia Aanbod wordt verworpen.
Het voorwaardelijke aanhoudingsverzoek van Dexia behoeft geen bespreking nu op andere gronden de vorderingen van [eiser] grotendeels zullen worden toegewezen.
Dexia heeft eerst bij conclusie van dupliek inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eiser] Dat is te laat. De kantonrechter laat dit verweer dan ook buiten beschowding. Dit betekent dat de vorderingen, nu deze niet zijn bestreden, als na te melden worden toegewezen.
De door [eiser] gevorderde verklaringen voor recht zullen worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door [eiser] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eiser] niet alleen als klant aanbracht maar [eiser] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat, alsmede dat Dexia de dientengevolge geleden schade dient te vergoeden.
Die door [eiser] geleden schade kunnen partijen inmiddels berekenen. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de door de afnemer betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen) en het niet vergoede gedeelte van de (fictieve) restschuld. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met te verrekenen genoten voordelen, waaronder daadwerkelijk ontvangen dividenduitkeringen, fiscale voordelen en een eventueel in aanmerking te nemen batig saldo uit voorgaande overeenkomsten. Een en ander volgens het door Dexia overgelegde financiële overzicht waarvan de juistheid door [eiser] niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist. In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910). De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in HR 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en HR 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3).
Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet aan de orde. Niet gebleken is dat er meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan die, welke genoemd zijn in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.
Gelet op het voorgaande behoeven de andere door [eiser] aangevoerde gronden geen nadere bespreking.
proceskosten
Omdat [eiser] inhoudelijk grotendeels gelijk krijgt, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiser] gevallen.
De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 720,00 (2 1/2 x tarief € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 1.098,47.
De gevorderde rente over de proceskosten zal als na te melden worden toegewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door [eiser] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eiser] niet alleen als klant aanbracht maar [eiser] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat,
verklaart voor recht dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
veroordeelt Dexia om aan [eiser] te betalen de schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover een en ander zoals weergegeven in r.o. 4.5.,
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 1.098,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
typ:
coll: