Verbintenissenrecht
Onmiddelijke beëindiging van een managementovereenkomst, betaling van manangementvergoeding. Bevoegdheid…
Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9911 · Rechtbank Amsterdam · 7 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbams-2026-9911
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/777058
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S. Boonstra, mr. B.W. Brouwer
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:9911
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onmiddelijke beëindiging van een managementovereenkomst, betaling van manangementvergoeding. Bevoegdheid rechtbank en rechtsmacht.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/777058 / HA ZA 25-1588
Vonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
FOOD RODEO GMBH,
gevestigd te Hamburg (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Food Rodeo,
advocaat: mr. S. Boonstra,
tegen
PESCA PARTICIPATIE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Pesca Participatie,
advocaat: mr. B.W. Brouwer.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 april 2026 en de daarin genoemde stukken,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 augustus 2026, met de eiswijzigingen van zowel Food Rodeo als Pesca Participatie en de daarin genoemde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Food Rodeo is een onderneming die zich onder andere bezighoudt met het managen van en participeren in verschillende horecaondernemingen in binnen- en buitenland.
Pesca Participatie heeft (indirect) verschillende visrestaurants in Nederland.
Pesca Participatie is in contact gekomen met Food Rodeo, voor de uitbreiding van haar visrestaurants naar het buitenland. Op 1 april 2024 hebben Food Rodeo en Pesca Participatie (en Pesca Holding B.V. en IMH Group Holding B.V.) een management- en een participatieovereenkomst gesloten.
In de managementovereenkomst wordt Food Rodeo aangesteld als manager voor het uitbreiden en exploiteren van de activiteiten van Pesca Participatie buiten Nederland, te beginnen bij een locatie in Hamburg. Daarvoor dient Food Rodeo zich minimaal 32 uur per week beschikbaar te stellen, zoals vastgelegd in artikel 1.5 van de managementovereenkomst.
In artikel 2 van de managementovereenkomst staan de volgende afspraken over de mogelijkheid tot opzegging van de managementovereenkomst, waarbij “Company” staat voor Pesca Participatie en “FR” voor Food Rodeo:
“2.2 The parties shall have the right at all times to terminate the Agreement by giving written notice by the end of the quarter following the quarter in which the notice is given, without this resulting in liability towards the other Party”.
The Company may terminate this Agreement in writing with immediate effect if FR:
a) commits a breach of any of the obligations under this Agreement and had failed to remedy such breach within 30 days at the written request of the Company.”
Op 28 april 2025 heeft Food Rodeo de management- en de participatieovereenkomst per e-mail opgezegd, met inachtneming van de opzegtermijn, welke eindigt op 30 september 2025.
Op 25 juli 2025 heeft de advocaat van Pesca Participatie een brief gestuurd aan Food Rodeo, waarin zij stelt dat Food Rodeo op verschillende fronten tekort is geschoten in de nakoming van de managementovereenkomst en vervolgens schrijft: “Therefore, on behalf of Pesca I herewith terminate the Management Agreement and subsequently the Participation Agreement with immediate effect.”
Op 10 juni 2025 heeft Food Rodeo een factuur gestuurd voor zijn werkzaamheden in het tweede kwartaal van 2025 van € 28.369,48. Op 2 september 2025 volgde de factuur voor het derde kwartaal van 2025 van € 27.779,31. Pesca Participatie heeft beide facturen niet betaald.
Partijen hebben voor de afwikkeling van de participatieovereenkomst, waaronder Food Rodeo aandelen heeft gekocht, een bindend adviseur ingeschakeld. Zij wensen dat deel van het geschil gescheiden te houden van hetgeen in deze procedure aan bod komt. De afwikkeling van de participatieovereenkomst maakt daarom geen deel uit van deze zaak.
3 Het geschil
in conventie
Food Rodeo vordert - samengevat en na eiswijziging – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Pesca Participatie veroordeelt tot betaling van de managementvergoeding van het tweede kwartaal van 2025 van € 28.369,48 en van het derde kwartaal van 2025 van € 27.779,31, inclusief wettelijke rente over beide bedragen. Daarnaast vordert Food Rodeo betaling van de proceskosten en nakosten, inclusief wettelijke rente.
Food Rodeo onderbouwt zijn vorderingen als volgt. Food Rodeo stelt dat hij zijn werkzaamheden in ieder geval heeft uitgevoerd tot de onmiddellijke (en volgens Food Rodeo ongeldige) opzegging door Pesca Participatie op 25 juli 2025. Daarna heeft Food Rodeo aangeboden om alsnog zijn werkzaamheden voort te zetten, maar dat aanbod heeft Pesca Participatie afgeslagen. Het is daarom niet aan hem te wijten dat hij na die datum geen werkzaamheden heeft uitgevoerd, zodat hij ook voor wat betreft het derde kwartaal recht heeft op betaling van de volledige managementvergoeding. Bovendien heeft Pesca Participatie een onvoorwaardelijke toezegging gedaan dat zij de managementvergoeding over het tweede en derde kwartaal zouden betalen, aldus Food Rodeo.
Pesca Participatie voert verweer. Pesca Participatie betwist dat zij nog enige managementvergoeding verschuldigd is aan Food Rodeo, omdat Food Rodeo volgens haar structureel tekort is geschoten in de nakoming van de managementovereenkomst. In ieder geval bestaat er volgens Pesca Participatie geen verplichting meer tot betaling na de onmiddellijke opzegging op 25 juli 2025.
in reconventie
Pesca Participatie vordert een schadevergoeding van Food Rodeo. Zij heeft haar eis ter zitting gewijzigd en vordert een bedrag ter hoogte van hetgeen in conventie wordt toegewezen. Het gaat dus om een voorwaardelijke vordering, waarbij Pesca Participatie zich beroept op verrekening van een eventueel toegewezen managementvergoeding met de schade die heeft geleden.
Pesca Participatie onderbouwt haar vordering als volgt. Pesca Participatie stelt dat Food Rodeo op verschillende vlakken tekort is geschoten in de nakoming van de managementovereenkomst, waardoor zij schade heeft geleden. Met betrekking tot het verzuim stelt Pesca Participatie primair dat zij Food Rodeo geen herstelmogelijkheid hoefde te bieden, omdat het gaat om voortdurende verplichtingen die Food Rodeo niet nakwam. Subsidiair stelt Pesca Participatie dat zij op basis van de afwezigheid van Food Rodeo mocht concluderen dat hij de verplichtingen uit de managementovereenkomst niet (meer) zou nakomen.
Food Rodeo is het niet eens met de vordering van Pesca Participatie. Food Rodeo betwist dat hij tekort is geschoten in de nakoming van de managementovereenkomst en dat er een causaal verband bestaat tussen de tekortkoming en de gestelde schade.
in conventie en reconventie
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
in conventie en reconventie
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
Dit is een internationale zaak, omdat Food Rodeo in Duitsland gevestigd is. De rechtbank moet daarom eerst haar internationale bevoegdheid vaststellen. De internationale bevoegdheid van de rechtbank moet worden beoordeeld aan de hand van de Brussel I-bis-Verordening (hierna: Brussel I-bis). Partijen zijn in de managementovereenkomst overeengekomen geschillen te laten beslechten door de rechtbank Amsterdam. Tijdens de zitting hebben partijen bevestigd dat zij deze forumkeuze hebben gemaakt, in de zin van artikel 25 Brussel I-bis. De rechtbank Amsterdam is dus bevoegd om kennis te nemen van dit geschil.
Vervolgens moet het toepasselijk recht worden vastgesteld. De vorderingen van Food Rodeo in conventie en de vorderingen van Pesca Participatie in reconventie zijn gebaseerd op een contractuele verbintenis. Welk recht op die vorderingen van toepassing is, moet worden beoordeeld aan de hand van de Rome I-Verordening. Partijen zijn in de overeenkomst een rechtskeuze voor Nederlands recht overeengekomen. Dat hebben zij ter zitting bevestigd. Op grond van artikel 3 van de Rome I-Verordening is daarom Nederlands recht van toepassing.
in conventie
Food Rodeo heeft de managementovereenkomst op 28 april 2025 beëindigd
Het is tussen partijen niet in geschil dat Food Rodeo de overeenkomst rechtsgeldig heeft beëindigd op 28 april 2025, met inachtneming van de opzegtermijn. Dat zou ertoe leiden dat Food Rodeo tot eind september zijn werkzaamheden op basis van de managementovereenkomst moest uitvoeren en dat Pesca Participatie hiervoor zou moeten betalen. In geschil is echter of Food Rodeo zijn werkzaamheden dermate ontoereikend heeft uitgevoerd, dat Pesca Participaties geen vergoeding verschuldigd is of de overeenkomst op 25 juli 2026 met onmiddellijke ingang kon opzeggen.
Pesca Participatie heeft geen toezegging tot doorbetaling gedaan
Food Rodeo stelt dat de rechtbank aan die geschilpunten niet toekomt, omdat Pesca Participatie tijdens een bespreking van 8 juli 2025 al onvoorwaardelijk heeft toegezegd dat zij de managementvergoeding van het tweede en derde kwartaal volledig zou betalen. Volgens Food Rodeo blijkt dat uit de e-mail van Pesca Participatie van diezelfde dag, waarin zij onder andere het volgende heeft geschreven: “According to the termination of the management agreement, the fee runs until the end of September. I’ve offered to pay this fee until the end of the term, which means the management fee for July, August and September will be paid, even though the work will stop at the end of July”.
Pesca Participatie erkent dat zij die e-mail met de geciteerde tekst heeft gestuurd, maar betwist dat partijen de gestelde afspraak overeengekomen zijn. Food Rodeo heeft selectief uit haar e-mail geciteerd. In de e-mail staat namelijk ook “Here’s what i proposed”, waarna onder andere het hiervoor geciteerde aanbod wordt gedaan. De e-mail sluit af met de volgende tekst: “Let us know if you’re okay with this, (…). Looking forward to hearing from you”. Op 15 juli 2025 stuurt Pesca Participatie een herinnering aan Food Rodeo, waarin ze vraagt aan Food Rodeo om te reageren op haar aanbod. Food Rodeo heeft daar nooit op gereageerd, zodat zij ervan uit mocht gaan dat tussen partijen geen regeling tot stand is gekomen.
De rechtbank volgt Pesca Participatie in haar standpunt. Uit de geciteerde tekst van de e-mail van 8 juli 2025 blijkt niet dat Pesca Participatie een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Hieruit volgt dat zij een aanbod doet tot uitbetaling van de managementvergoeding tot het einde van de opzegtermijn, zonder dat daar vanaf augustus werkzaamheden tegenover staan. Zij heeft Food Rodeo expliciet gevraagd om zijn reactie op dit aanbod en hem in een opvolgende e-mail nogmaals hierom gevraagd. Food Rodeo heeft daar nooit op gereageerd. Nu verder niet is gebleken van overige omstandigheden waaruit de aanvaarding van dat aanbod volgt, mocht Food Rodeo er niet op vertrouwen dat de door hem gestelde afspraak tussen partijen tot stand is gekomen. De gestelde afspraak kan dus geen grondslag zijn om Pesca Participatie te verplichten om de managementvergoeding tot het einde van de opzegtermijn te betalen.
Tijdens de zitting heeft Food Rodeo een aanbod gedaan om nader bewijs over te leggen, in de vorm van notities die hij heeft gemaakt in een persoonlijk notitieboekje na het overleg van 8 juli 2025. De rechtbank passeert dit bewijsaanbod, gelet op de tekst in de e-mail van 8 en 15 juli 2025 waaruit blijkt dat het gaat om een aanbod waarop Food Rodeo niet heeft gereageerd. Ook indien in de persoonlijke notities van Food Rodeo zou staan dat hij zelf van een onvoorwaardelijke toezegging uitging, heeft hij daar gelet op voornoemde e-mails niet op mogen vertrouwen.
Pesca Participatie heeft de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd
Op 25 juli 2025 heeft Pesca Participatie via haar advocaat een brief gestuurd aan Food Rodeo waarin ze de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigt. Food Rodeo stelt dat Pesca Participatie op dat moment de overeenkomst niet kon beëindigen, omdat Food Rodeo de overeenkomst al had opgezegd op 28 april 2025. De rechtbank gaat daar niet in mee. Zoals door Pesca Participatie naar voren is gebracht, is in artikel 2.3 van de managementovereenkomst de mogelijkheid om met onmiddellijke ingang op te zeggen juist opgenomen om niet (meer) gehouden te zijn aan de opzegtermijn. Dat de overeenkomst in dit geval al opgezegd was, maakt dat niet anders. De overeenkomst was feitelijk immers nog niet geëindigd, omdat deze na de opzegging door Food Rodeo nog voortduurde tot het einde van de opzegtermijn.
Food Rodeo betwist verder dat er grond was voor een onmiddellijke beëindiging. Bovendien had Pesca Participatie Food Rodeo eerst schriftelijk moeten verzoeken om de tekortkoming te herstellen binnen dertig dagen, conform artikel 2.3 van de managementovereenkomst, en dat heeft Pesca Participatie niet gedaan, aldus Food Rodeo.
De rechtbank stelt voorop dat Pesca Participatie terecht heeft aangevoerd dat uit de tekst van artikel 2.3 van de managementovereenkomst niet volgt dat Pesca Participatie expliciet een termijn van dertig dagen moet aanzeggen in een schriftelijk verzoek om de tekortkomingen te herstellen. Food Rodeo moet wel feitelijk een termijn van dertig dagen krijgen om de tekortkomingen te herstellen.
Pesca Participatie heeft meerdere tekortkomingen ten grondslag gelegd aan de onmiddellijke opzegging en stelt dat Food Rodeo tijdig schriftelijk op de hoogte is gesteld van ieder van die tekortkomingen. Pesca Participatie noemt de volgende tekortkomingen: (i) niet tot nauwelijks toezicht op de bouw van de exploitatie houden, (ii) verzuim om (schriftelijke) afspraken met leveranciers te maken en deze met het managementteam te delen, (iii) verzuim om minimaal 32 uur per week beschikbaar te zijn voor het uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden, (iv) verzuim om managementteam van Pesca Hamburg Überseequartier GmbH (hierna: “Pesca Hamburg”) aan te sturen en benodigde instructies te geven, (v) negatieve uitlatingen over (de aandeelhouders van) Pesca Participatie en (vi) Food Rodeo heeft kosten van privédiners op rekening van Pesca Hamburg geboekt.
De rechtbank gaat eerst in op de derde tekortkoming, namelijk de stelling van Pesca Participatie dat de Food Rodeo niet heeft voldaan aan de afspraak om ten minste 32 uur per week beschikbaar te zijn voor het uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden (zoals overeengekomen in artikel 1.5 van de managementovereenkomst). Pesca Participatie heeft in het kader van deze tekortkoming erop gewezen dat bij haar twijfels zijn ontstaan over het aantal uren dat Food Rodeo beschikbaar was voor (de opening van) het restaurant in Hamburg, nadat zij hierover signalen ontving van andere betrokkenen. Zij heeft hiertoe verklaringen overgelegd van deze personen. Zij heeft in een e-mail van 7 juni 2025 daarom gevraagd aan Food Rodeo om een rooster of overzicht te sturen van zijn urenplanning. Nadat een reactie van Food Rodeo uitbleef, heeft Pesca Participatie op 28 juni 2025 opnieuw een e-mail aan Food Rodeo gestuurd, waarin onder andere het volgende staat: “I still haven’t received a roster? You’re in default with that.”. Food Rodeo heeft nooit inhoudelijk gereageerd op dit verzoek of anderszins inzicht gegeven in zijn verrichte werkzaamheden. De rechtbank is met Pesca Participatie eens dat de zorgplicht van een goed opdrachtnemer (artikel 7:401 BW) en de op hem rustende informatieplicht (artikel 7:403 BW) meebrengen dat Food Rodeo hier inzicht in had moeten verschaffen. Food Rodeo werd als opdrachtnemer niet betaald op basis van gespecificeerde facturen met verrichte werkzaamheden, maar ontving een vast bedrag per maand voor het beschikbaar zijn van ongeveer 32 uur per week. Pesca Participatie heeft terecht gesteld dat van Food Rodeo als goed opdrachtnemer en gelet op de op hem rustende informatieplicht verwacht mocht worden dat hij op haar verzoek wel enig inzicht zou geven in de verrichte werkzaamheden en bestede uren. Bij gebreke hieraan, had zij als opdrachtgever onvoldoende informatie over de uitvoering van de opdracht. Dit levert een tekortkoming op, waarover Food Rodeo conform artikel 2.3 van de overeenkomst meermaals is aangeschreven.
Daarnaast staat voor wat betreft de vijfde tekortkoming vast dat Food Rodeo een aantal privédiners heeft gegeven op kosten van Pesca Hamburg. Food Rodeo heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij vindt dat hij als mede-aandeelhouder en manager van Pesca Hamburg het recht had om privédiners te houden op kosten van het restaurant. Pesca Participatie betwist dat en wijst ook in dit kader op de zorgplicht van Food Rodeo als opdrachtnemer. Daar volgt de rechtbank Pesca Participatie in. Food Rodeo heeft zijn zorgplicht als opdrachtnemer op ernstige wijze geschonden door privékosten zakelijk in rekening te brengen en de opdrachtgever bovendien op geen enkele wijze over deze kosten op de hoogte te stellen. Dat de opdrachtnemer in dit geval ook aandeelhouder is van de vennootschap ten laste waarvan de kosten zijn gebracht, maakt dat niet anders. Ook in die hoedanigheid is niet gebleken van een grondslag voor het in rekening mogen brengen van privékosten. Pesca Participatie heeft verder terecht toegelicht dat zij voor deze tekortkomingen geen gelegenheid tot herstel meer kon bieden, omdat daarna weliswaar de kosten van de diners terugbetaald konden worden maar de vereisten van goed opdrachtnemerschap al geschonden zijn. Ook daar volgt de rechtbank Pesca Participatie in, zodat aan de contractueel overeengekomen termijn van dertig dagen niet wordt toegekomen.
De rechtbank is daarmee van oordeel dat Pesca Participaties op grond van beide tekortkomingen, zoals hierboven vastgesteld in 4.12 en 4.13, de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft kunnen opzeggen. De overige tekortkomingen die door Pesca Participatie zijn genoemd, laat de rechtbank daarom onbesproken.
Daarmee komt vast te staan dat de managementovereenkomst op 25 juli 2025 is beëindigd, waardoor Pesca Participatie vanaf die datum geen loon meer verschuldigd was aan Food Rodeo.
Pesca Participatie moet het loon tot 25 juli 2025 betalen
Pesca Participatie betwist dat zij loon verschuldigd is tot de onmiddellijke beëindiging op 25 juli 2025, gelet op alle in overweging 4.11 genoemde tekortkomingen. De toekenning van enige managementvergoeding zou in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:248 lid 2 BW).
De rechtbank ziet geen aanleiding om haar daarin te volgen en de contractuele afspraken tussen partijen over beëindiging en betaling van loon terzijde te stellen. Als het om de door de rechtbank vastgestelde tekortkomingen gaat, leveren deze tekortkomingen weliswaar een grond voor onmiddellijke beëindiging op, maar strekt het te ver om te oordelen dat Food Rodeo hierdoor ook zijn aanspraak op zijn vergoeding verliest voor eerder verrichte werkzaamheden. Dat dit zou leiden tot een onaanvaardbare uitkomst, is de rechtbank niet gebleken. De tekortkomingen zijn immers al gesanctioneerd door de onmiddellijke beëindiging van de managementovereenkomst. Ten aanzien van de ten onrechte als zakelijk geboekte privékosten, merkt de rechtbank nog op dat het om beperkte bedragen gaat die bovendien niet voor rekening van Pesca Participatie zijn geboekt (zie ook hierna). Ook in deze kosten ziet de rechtbank daarom geen aanleiding om te oordelen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat Food Rodeo zijn aanspraak op (volledige) betaling van eerdere managementvergoedingen behoudt.
Voor wat betreft de overige gestelde tekortkomingen is de onderbouwing beperkt. Partijen hebben ten aanzien van deze tekortkomingen over en weer standpunten ingenomen over het functioneren van Food Rodeo, welke zij ieder hebben onderbouwd met getuigenverklaringen. Die verklaringen gaan vrij algemeen over het functioneren van Food Rodeo en zijn op dit punt over en weer in balans. Uit de verklaringen van geen van beide kanten volgt overtuigend volgt hoe het functioneren van Food Rodeo voorafgaand aan de onmiddellijke beëindiging op 25 juli 2025 was. Dat het functioneren van Food Rodeo dermate was dat hem zijn aanspraak op zijn eerdere vergoedingen ontzegd moet worden, volgt de rechtbank dan ook niet. De rechtbank wijst er in dit verband ook op dat Pesca Participatie in haar e-mail van 2 mei 2025 als reactie op de initiële opzegging van Food Rodeo zelf, onder meer het volgende schreef: “We did not see this coming, and while we accept your termination (we don’t really have a choice), we are deeply saddened by it. It’s hard to understand your decision to step away just three weeks after the opening, especially after all these years of preparation and commitment. (…) In the meantime, I trust you will continue to perform your role with the utmost professionalism, (…).” De rechtbank kan deze reactie niet rijmen met het standpunt van Pesca Participatie dat Food Rodeo toen al dusdanig functioneerde dat het onaanvaardbaar zou zijn om aanspraak te maken op loon.
De rechtbank wijst op grond van het voorgaande de vordering tot de betaling van het loon tot 25 juli 2025 toe, inclusief de gevorderde en onbetwiste wettelijke rente. Concreet betekent de toewijzing dat Pesca Participatie de managementvergoeding over het tweede kwartaal van € 28.369,48 moet betalen, inclusief de wettelijke rente vanaf 10 juli 2025. Over het derde kwartaal moet Pesca Participatie naar rato tot 25 juli 2025 betalen, hetgeen neerkomt op € 7.246,78, inclusief de wettelijke rente vanaf 5 september 2025.
In reconventie
Pesca Participatie heeft geen vordering op Food Rodeo
Pesca Participatie heeft in reconventie een voorwaardelijke tegenvordering ingesteld en vordert dat hetgeen in conventie wordt toegewezen, wordt verrekend met de schade die Pesca Participatie heeft geleden door de tekortkomingen van Food Rodeo. Aan de voorwaarde van de tegenvordering is voldaan, omdat in conventie de vordering tot betaling van loon over het tweede en derde kwartaal tot aan 25 juli 2025 is toegewezen.
Food Rodeo betwist de schade en de onderbouwing daarvan. Daarnaast stelt Food Rodeo dat de schade steeds geleden is door Pesca Hamburg, die geen partij is bij deze procedure. Ter onderbouwing heeft Food Rodeo gewezen op de facturen die Pesca Participatie heeft overgelegd ter onderbouwing van de schade, die op naam staan van Pesca Hamburg. Pesca Participatie heeft daarom geen eigen vorderingsrecht in deze procedure en kan ook geen beroep op verrekening doen, aldus Food Rodeo
Pesca Participatie heeft niet bestreden dat de schade door Pesca Hamburg is geleden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Pesca Participatie toegelicht dat zij als aandeelhouder van Pesca Hamburg indirect schade heeft geleden door de tekortkomingen van Food Rodeo. Uiteindelijk draait zij als aandeelhouder voor de kosten op. Die schade vordert Pesca Participatie. Volgens Pesca Participatie kan Pesca Hamburg de schade zelf niet vorderen, omdat zij geen partij was bij de overeenkomst met Food Rodeo.
De rechtbank gaat hier niet in mee. Pesca Hamburg is een rechtspersoon die als zelfstandig drager van rechten en plichten aan het rechtsverkeer deelneemt. Haar vermogen is afgescheiden van de privévermogens van de aandeelhouders. Dit beginsel van rechtssubjectiviteit en haar afgescheiden vermogen brengen mee dat alleen Pesca Hamburg kan optreden tegen de persoon die bij haar schade heeft veroorzaakt. Pesca Participatie stelt dat die schade uiteindelijk voor haar rekening is gekomen als aandeelhouder, maar heeft verder niet toegelicht op welke wijze. De rechtbank houdt het ervoor dat Pesca Participatie hiermee als aandeelhouder om de vergoeding van afgeleide schade vraagt. Omdat niet is gebleken dat Food Rodeo een afzonderlijke, specifiek jegens Pesca Participatie geldende zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden, kan zij niet zelfstandig een schadevergoedingsvordering instellen en komt die schade niet voor vergoeding in aanmerking. Nu verder ook niet is gebleken dat Pesca Hamburg haar vorderingen op dit punt heeft overgedragen aan Pesca Participatie, wijst de rechtbank de vorderingen in reconventie daarom af.
In conventie en reconventie
Proceskosten
De rechtbank ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, omdat beide partijen over en weer zowel ongelijk als gelijk hebben gekregen. Dat betekent dat beide partijen de eigen proceskosten zullen dragen.
5 De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt Pesca Participatie tot betaling van € 28.369,48, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2025, en € 7.246,78, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat beide partijen de eigen proceskosten dragen,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, bijgestaan door mr. F.A. Nusman, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026. de griffier is verhinderd te ondertekenen |
||