Verbintenissenrecht
Buma en Sena hebben, gelet op het verweer van gedaagde, onvoldoende onderbouwd dat gedaagde in haar winkel…
Rechtbank Amsterdam, 10 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9973 · Rechtbank Amsterdam · 10 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbams-2026-9973
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12057238 \ CV EXPL 26-673
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:9973
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Buma en Sena hebben, gelet op het verweer van gedaagde, onvoldoende onderbouwd dat gedaagde in haar winkel beeschermde muziek openbaar heeft gemaakt.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12057238 \ CV EXPL 26-673
Vonnis van 10 september 2026
in de zaak van
1 de vereniging VERENIGING BUMA,
gevestigd te Amstelveen,
hierna te noemen: Buma,
2. de stichting STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA),
gevestigd te Hilversum,
hierna te noemen: Sena,
eisende partijen in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: De Best en Partners gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WHITE AND BLACK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: WB,
gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 januari 2026 met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 16 april 2026 waarin een mondelinge behandeling is bevolen, waarna daarvoor een dag is bepaald,
- de e-mail van 3 augustus 2026 van WB met producties,
- de brief van 3 augustus 2026 van Buma en Sena met aanvullende producties,
- de e-mail van 5 augustus 2026 van Buma en Sena met aanvullende producties.
De mondelinge behandeling heeft op 13 augustus 2026 plaatsvonden. Namens Buma en Sena is [naam 1] (inspecteur, hierna: [naam 1]) verschenen en namens de [gemachtigde]. Aan de zijde van WB is de heer [naam 2] (DGA) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. De gemachtigde van Buma en Sena heeft ter zitting een aanvullende productie overgelegd die aan het procesdossier is gevoegd. De gemachtigden hebben het woord gevoerd, mr. IJpelaar mede aan de hand van spreekaantekeningen die in het procesdossier zijn gevoegd, en partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen naar voren is gebracht. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Buma behartigt de belangen van de bij haar aangesloten componisten, tekstdichters en muziekuitgevers met betrekking tot de uitvoering (openbaarmaking) van hun muziekwerken. Daartoe dragen zij de muziekuitvoeringsrechten op hun auteursrechtelijk beschermde muziekwerken over aan Buma. Buma oefent op eigen naam de muziekauteursrechten uit. Sena is op grond van wet- en regelgeving belast met de inning van vergoedingen betreffende auteursrechten op muziekwerken. De Stichting Service Centrum Auteurs- en Naburige rechten (SCAN) verzorgt voor Buma en Sena de facturatie.
WB exploiteert een winkel in de [locatie]. [locatie] is een overdekte winkelpromenade waarbij de winkelruimtes door individuele ondernemers worden gehuurd en alle overige ruimten, zoals de promenades en vluchtwegen, door de verhuurder worden beheerd.
Op 31 juli 2025 heeft de [naam 1], namens Buma en Sena, de winkel van WB bezocht om te controleren of daar beschermde muziek wordt geopenbaard. Van zijn bezoek heeft hij een rapport opgemaakt waarin staat dat hij muziekgebruik heeft geconstateerd middels een streamingsdienst.
Vervolgens heeft SCAN een factuur gezonden voor een vergoeding van het openbaren van muziek over het jaar 2025. Bij de toelichting staat dat door betaling van de factuur een licentieovereenkomst tot stand komt op grond waarvan WB rechtmatig muziek in haar winkel mag openbaren.
WB heeft de factuur onbetaald gelaten, waarna WB meermaals is aangemaand. WB heeft aan de sommaties geen gehoor gegeven.
Vervolgens hebben Buma en Sena onderhavige dagvaarding uitgebracht.
Op 28 april 2026 heeft [naam 1] wederom een bezoek gebracht aan de winkel van WB. In de rapportage staat dat [naam 1] muziekgebruik heeft geconstateerd middels luidsprekers en dat hij twee luidsprekers op een stalen balk aan het plafond heeft gedetecteerd.
Op 6 mei 2026 heeft deurwaarder de heer [naam 3] op verzoek van Buma en Sena de winkel van WB verzocht. In het proces-verbaal van constatering staat dat de deurwaarder middels de app Shazam heeft geconstateerd dat er muziek ten gehore werd gebracht.
Op 3 juni 2026 heeft deurwaarder de heer [naam 4] op verzoek van Buma en Sena een controle verricht. In zijn aantekeningen staat dat hij geconstateerd heeft dat in de winkel muziek te horen was die achter een deur vandaan kwam, namelijk Krezip, en dat hij binnen ook Koranverzen heeft gehoord.
Bij e-mail van 3 augustus 2026 heeft de heer [naam 5], de Shopping Centre Manager van [locatie], verklaard dat de muziek die in de winkel van WB hoorbaar is, afkomstig is van de alarm- en ontruimingsinstallatie van [locatie] die zich achter de deur van de nooduitgang bevindt en dat [locatie] jaarlijks betaald aan Buma en Sena voor het muziekgebruik.
3. Het geschil
In het incident ex artikel 223 Rv
Buma en Sena vorderen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en samengevat weergegeven, WB voor de duur van de procedure te verbieden om in haar winkel beschermd muziekrepertoire openbaar te maken, op straffe van een dwangsom, vermeerderd met rente en met veroordeling van WB in de (werkelijke) proceskosten.
In de hoofdzaak
Buma en Sena vorderen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en samengevat weergegeven:
-
WB te veroordelen tot betaling van € 1.171,00 aan Buma en € 176,29 aan Sena, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten,
-
voor zover WB geen licentieovereenkomst verkrijgt, WB te verbieden om in haar winkel beschermd muziekrepertoire openbaar te maken, op straffe van een dwangsom, vermeerderd met rente,
-
WB te veroordelen in de (werkelijke) proceskosten, vermeerderd met rente.
Buma en Sena leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. [naam 1] heeft geconstateerd dat WB in haar winkel beschermd muziekrepertoire ten gehore heeft gebracht. Omdat WB de toegezonden factuur onbetaald heeft gelaten, is er geen licentieovereenkomst tot stand gekomen. Dat betekent dat WB zonder toestemming de muziek heeft geopenbaard waardoor zij een inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten en naburige rechten. Dat is onrechtmatig en WB is daarom schadeplichtig. Sena en Buma hebben de schade gefixeerd op het bedrag dat WB verschuldigd zou zijn als zij wel een licentieovereenkomst met Buma was aangegaan (€ 1.171,00) alsmede de billijke vergoeding aan Sena (€ 176,29).
WB voert verweer en betwist dat zij beschermd muziekrepertoire in haar winkel openbaar heeft gemaakt. De enige muziek die hoorbaar kan zijn geweest is de muziek die afkomstig is uit een luidspreker die hangt in de gang achter de deur van de nooduitgang. Die ruimte behoort niet tot de winkel, maar tot de algemene ruimte van [locatie] waar WB geen toegang tot heeft. WB is daar niet aansprakelijk voor. WB verzoekt Buma en Sena te veroordelen in de werkelijke proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
4 De beoordeling
In de hoofdzaak
De vraag die beantwoord moet worden is of WB in haar winkel beschermd muziekrepertoire openbaar heeft gemaakt.
[naam 1] heeft bij zijn bezoek op 31 juli 2025 in de winkel beschermde muziek gehoord. In het daarvan opgemaakte rapport staat dat de muziek middels een streamingsdienst werd afgespeeld, maar dat zegt niet of deze streamingdienst werd gebruikt door WB. Daarmee kan dus ook een streamingdienst van [locatie] zijn bedoeld die in de [locatie] wordt afgespeeld. WB heeft als namelijk verweer aangevoerd dat in de [locatie] en vanachter de nooddeur door [locatie] muziek wordt afgespeeld, die in zijn winkel te horen is. Daarbij heeft WB een verklaring van de manager van [locatie] overgelegd die dat ondersteunt. Vaststaat dat vanachter de nooddeur inderdaad muziek te horen is. Ter zitting is besproken of de mogelijkheid bestaat dat de muziek die [naam 1] tijdens zijn bezoek in de winkel heeft gehoord, afkomstig is van achter de nooddeur. Daarop heeft [naam 1] verklaard dat hij als gevolg van jarenlange ervaring als inspecteur zeker weet dat de muziek die hij hoorde door WB in de winkel werd afgespeeld. Dit heeft hij echter niet met feiten onderbouwd. Weliswaar heeft hij tijdens de zitting ook verklaard dat hij in zijn algemeenheid weet dat er muziek in de winkel wordt afgespeeld als de muziek in de winkel afwijkt van de muziek op de gang, in welk geval hij dus twee soorten muziek door elkaar hoort, maar ten aanzien van WB kon hij desgevraagd niet meer terughalen of dat hier ook het geval was geweest.
Buma en Sena hebben aangevoerd dat bij een later bezoek door [naam 4] wel twee muziekgeluiden door elkaar zijn geconstateerd. Ook daarvan is gemotiveerd betwist dat sprake is van (beschermde) muziek die vanuit de winkel is afgespeeld. Maar wat daar ook van zij, het bezoek van [naam 4] in 2026 zegt niets over de muziek die in 2025 zou zijn afgespeeld. Het door Buma en Sena gedane bewijsaanbod om [naam 4] te laten verklaren dat hij in 2026 twee muziekbronnen tegelijkertijd heeft gehoord, wordt dan ook gepasseerd.
Daarbij komt dat Buma en Sena geen onderbouwing hebben gegeven van de betreffende geluidsbron waarmee WB de muziek zou hebben afgespeeld. Zij hebben in dat kader aangevoerd dat niet vereist is dat de muziek door WB zelf wordt afgespeeld, omdat WB ook moet ingrijpen als muziek door een derde in haar winkel ten gehore wordt gebracht. Maar ook dan had het, vanwege de gemotiveerde betwisting van WB, wel op de weg van Buma en Sena gelegen om haar stelling dat er in de winkel muziek te horen was – niet zijnde muziek die gedekt wordt door de licentieovereenkomst van [locatie] – nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door te specificeren van welke geluidsbron de muziek afkomstig was. Ten aanzien van het bezoek in 2025 is dat niet toegelicht. Bij latere bezoeken zijn door Buma en Sena wel twee luidsprekers geconstateerd, maar WB heeft gemotiveerd betwist dat in zijn winkel werkende luidsprekers aanwezig zijn, anders dan de luidsprekers van [locatie] voor noodgevallen. Buma en Sena hebben ook geen foto’s overgelegd van de betreffende luidsprekers waarmee in de winkel muziek zou zijn afgespeeld. Ter onderbouwing van haar stelling dat in de winkel beschermde muziek ten gehore is gebracht had, gezien de gemotiveerde betwisting, een nadere concretisering op dit punt wel voor de hand gelegen.
Deze omstandigheden maken dat niet is komen vast te staan dat WB in haar winkel beschermde muziek openbaar heeft gemaakt. Dat betekent dat de vordering van Buma en Sena wordt afgewezen.
Buma en Sena zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. WB heeft op grond van artikel 1019h Rv verzocht om vergoeding van de werkelijke proceskosten, maar daartoe ziet de kantonrechter geen aanleiding. Het betreft een eenvoudige en niet bewerkelijke zaak, zodat de kantonrechter de proceskosten van WB zal begroten conform het liquidatietarief:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
434,00 |
(2 punten × € 217,00) |
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
542,50 |
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij. Ook wordt de proceskostenveroordeling, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
In het incident
Buma en Sena hebben, in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv gevorderd. Gelet op de uitkomst in de hoofdzaak, zal ook de incidentele vordering worden afgewezen.
Buma en Sena worden in het ongelijk gesteld en moeten de proceskosten betalen. Gelet op de samenhang met de hoofzaak worden de kosten aan de zijde van WB begroot op nihil.
5 De beslissing
De kantonrechter
In de hoofdzaak
wijst de vorderingen van Buma en Sena Buma af,
veroordeelt Buma en Sena hoofdelijk in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Sena en Buma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
In het incident
wijst de vordering af,
veroordeelt Buma en Sena in de proceskosten, aan de zijde van WB tot op heden begroot op nihil.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026. |
||
58984