Europees strafrecht
OM niet-ontvankelijk nu het EAB niet is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit als bedoeld in het…
Rechtbank Amsterdam, 5 november 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:6105 · Rechtbank Amsterdam · 5 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2020-6105
Zaakgegevens
Op 5 november 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 november 2020
- Datum publicatie
- 8 december 2020
- Zaaknummer
- 13-751220-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:6105
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM niet-ontvankelijk nu het EAB niet is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit als bedoeld in het Kaderbesluit.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751220-17
RK-nummer: 18/7917
Datum uitspraak: 5 november 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 november 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juli 2018 door het Staatsanwaltschaft Köln (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1989,
wonende op het adres: [adres],
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 januari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Bij tussenuitspraak van 18 januari 2019 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen te informeren of, bij weigering van de executieoverlevering op grond van artikel 6 lid 2 jo lid 5 OLW, de daadwerkelijke overname van de tenuitvoerlegging van de straf gegarandeerd is.
Het onderzoek is hervat op de openbare zitting van 5 november 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.
De opgeëiste persoon heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn raadsman, mr. Y. Bouchikhi, Advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.
3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, nu het EAB is uitgevaardigd door een Duits Openbaar Ministerie, niet zijnde een rechterlijke autoriteit als bedoeld in het Kaderbesluit 2002/584/JBZ.
De rechtbank verenigt zich, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese unie van 27 mei 2019 in de zaken C-508/18 (zaak OG) en C-82/19 (zaak PI), met het standpunt van de officier van justitie en zal haar niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.
4 Beslissing
VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in haar vordering van 9 november 2018 tot het in behandeling nemen van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.E.M. James-Pater en R.J. Bartels, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 5 november 2020.
De jongste rechter is buiten staat te tekenen.